Seizoensthema

Onze predikant

foto_proponent_Theo_Overbeeke

Theo(door) Overbeeke is sinds Eerste Pinksterdag 2020 als predikant verbonden aan onze gemeente. Hij werd geboren in 1969 en groeide op in Antwerpen. Daar is hij getrouwd met Desiree. Samen hebben ze 4 kinderen gekregen.

Voorheen had Theo een aantal functies in de vastgoedwereld en werd in 2005 ondernemer. Voor belangstellenden: meer informatie op bijvoorbeeld Linkedin en Facebook.

In 2014 heeft hij de overstap gemaakt naar de studie theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, en rondde deze af aan de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam.

Een korte persoonlijke introductie vindt u via het vlog #Geraakt.

Wilt u met hem in contact komen? Dat kan dat via:

Telefoon: 0182-70 10 24 of b.g.g. 06-30 63 83 34

E-mail: predikant@hervormdreeuwijk.nl

 

Meditaties

Tijdens de ‘eerste coronagolf’ schreef ik een aantal meditaties. Voor wie er behoefte aan heeft, laat ik ze nog even hier op de website staan:

Meditatie nieuwsbrief Zondag 28 juni 2020

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Afgelopen week zondagmorgen hebben we nagedacht over de woorden van Jezus die zegt “Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam, namelijk waarmee u zich kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?”, uit Mattheus 6. Heel belangrijk bleek het “Daarom” uit die zin. Want de Heere wijst op een keuze die te maken is, zoals blijkt uit de verzen daarvoor. Dus, eerst en vooral de Heere zoeken, en niet van 2 walletjes willen eten – om het zo maar eens te zeggen.

Deze zondagmorgen kom ik daar nog op terug. Samen kijken we naar wat er speelt bij de ‘wonderbaarlijke spijziging’. We lezen die uit Mattheus 14, maar elk van de evangelisten beschrijft deze gebeurtenis.

Het punt wat ik daar hoop duidelijk te maken is dit: de Heere Jezus laat inderdaad zien dat we ons geen zorgen hoeven te maken over eten en drinken, en voegt de daad bij het Woord. Maar eigenlijk zegt Hij daar zo veel meer. Is het geen vooruitblik op Hemzelf, dat Hij verbroken zal worden aan het kruis, en dat Zijn eigen lichaam als brood en wijn zal zijn voor al wie Hem zoekt? En dat ook dan zal blijken dat er ruim genoeg is – denk aan die 12 manden die worden opgehaald? Zie daarin trouwens ook de liefde voor Zijn eigen volk, de 12 stammen van Israel. Wat een genade.

Nu kies ik ervoor om deze uitleg te laten voorafgaan door wat uitleg over de Beeldtaal die de Heere gebruikt. Maar even met een hoofdletter. Voor die uitleg kies ik voor Johannes. Al vanaf hoofdstuk 1 zet hij in met Beeldtaal. Wonderlijk, hoe het Woord al van in den beginne zo krachtig was. En dit Woord blijkt de Heere Jezus zelf te zijn – ook al van in den beginne. De verlossing komt niet pas met zijn geboorte uit de lucht vallen. Johannes noemt het hier de vleeswording van het Woord. Dat is bijna niet te vatten: dat lukt alleen als je beseft dat het Woord –met hoofdletter- iets heel wezenlijks en Goddelijk is.

Verderop bij Johannes lezen we Beeldtaal, maar anders geformuleerd: ‘Ik ben het Brood des levens’. En de uitleg krijgen we er bij, Jezus geeft die zelf.

Ik kan me voorstellen dat er onder ons mensen zijn die beeldend taalgebruik niet altijd makkelijk vinden, anderen juist weer wel. Maar vaak is wel de behoefte om het uiteindelijk ook concreet te begrijpen voor het eigen leven. Fijn dat de Heere daar bij helpt. Hij maakt duidelijk dat Hij het brood is, zonder hetgeen wij niet kunnen leven. En er wordt aan toegevoegd ‘het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat ik geven zal voor het leven van de wereld’. Kijk, hier legt Hij een verband tussen Zijn ‘vlees’ (dus Zijn eigen lichaam, zijn eigen leven) en ‘brood’ (als echte levensbehoefte).

Ik hecht er aan om de beelden van ‘vlees’ en ‘brood’ te koppelen aan het ‘Woord’. En dat is omdat het Woord vanaf den beginne was. Het bleek –uit vrije genade- Gods verlossend Woord te zijn. Sterker nog, die God van het begin, van alle tijden, is Dezelfde doorheen alle tijden, ook bij de geboorte uit Maria, maar ook vandaag.

As je dan aan het Avondmaal denkt, dan krijgt het terecht iets heiligs, sacramenteel, niet?  Het Woord was, en is er, het werd om ons mensen aan ons gelijk: vlees en menselijk kwetbaar lichaam. Dat was nodig. Ook werd het als brood om door Gods Geest ons het nieuwe leven te geven.

En dan terug naar die wonderbaarlijke spijziging. Zie je de Heere uitdelen? De discipelen waren bezorgd over eten en drinken. Een gebrek aan vertrouwen: de Heere legt het bloot (bij u ook?). Maar wat een wonder: Hij gaat uitdelen, en er is ruim voldoende, sterker nog er is veel meer over dan dat kleine kwetsbare lunchpakketje wat er eerst was.

Laten wij maar vasthouden aan die oproep van eerst Zijn Koninkrijk te zoeken, en er op te vertrouwen dat de Heere al het andere voorziet. Hij weet wat we nodig hebben, Hij weet van honger en dorst. En, al is het deze zondag dan toch geen Heilig Avondmaal, misschien mogen we het als een ‘vasten’ ervaren. Ja, ook daarin kunnen we gezamenlijkheid ervaren: om ons samen te verootmoedigen (lees misschien nog eens Deut. 8: 1-10). Welke spiegel houdt de Heere u en jou daarin voor, en ons als gemeente? Hoe gaan we het nieuwe seizoen straks in? Zullen we weer samenkomen, en waarom kom je dan?

Ik hoop van harte dat we verlangen om te komen, en ook om t.Z.t. dankbaar het Heilig Avondmaal te vieren. Een tijd van wachten en verwachten, iets van advent al. Ondertussen: ‘Wees niet bezorgd…maar zoek de Heere, eerst en voor al(les).

 

Meditatie nieuwsbrief Zondag 21 juni 2020

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Voor deze zondag werd mijn aandacht getrokken door Jezus’ woorden “Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam, namelijk waarmee u zich kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?”, uit Mattheus 6.

Ik mijmer vooruit, over de start van het komende winterwerk, en de voorbereidingen daarvoor in deze maanden. Vele vragen rond corona. Hoe zal onze zomer zijn? Ook denk ik denk aan jullie die het misschien om allerlei redenen persoonlijk best moeilijk hebben, ook met deze tekst. Hoe moet je het nu verstaan? “Hoe voorziet de Heere dan nu, ook in mijn situatie?”

Enerzijds zijn er velen onder ons die –dankbaar!- beseffen dat ze niets tekort komen, anderzijds zijn er onder ons ook die worstelen en zorgen hebben, zorgen om wat je kan zien als het ‘dagelijkse brood’. Hoe kunnen we sámen deze tekst goed begrijpen?

Laat ik eerst zeggen dat de Heere ook oog heeft voor dat dagelijkse van onze nood. Hij weet wat we nodig hebben. Ook Hij weet zelf van honger en van dorst (zoek maar eens op hoe dat thema door Hem wordt aangeroerd, en let er vooral ook op dat Hij ons daarin oproept om naar elkaar om te zien). En even verderop in Matth 6:32b laat Hij duidelijk merken dat God weet wat we daarin nodig hebben.

Maar ondertussen zegt Hij veel meer dan dat! Hij neemt die eerste discipelen en ook ons mee, in het opnieuw ontdekken, herinneren aan God de schepper, die Zijn schepping in stand houdt. God zorgt voor de vogels, voor de mussen, de lelie in het veld. Hij roept ons op om ook in de Schepping (Ned. Geloofsbelijdenis art. 2) iets van Hem te leren kennen: hoe Hij is. En Hem daarin te erkennen. Zoek Hem, zoek eerst Zijn Koninkrijk. Al het andere, daar weet Hij van. Maar: Zoek eerst….

Het valt in het gedeelte op dat de Heere Jezus in Mattheus 6 een contrast aanbrengt. Er is een andere wereld om ons heen die we scherp in beeld moeten krijgen. Dieven, huichelaars, heidenen. En als je even eerlijk bent, dan zie je jezelf er zomaar tussen staan. Wij zijn nu eenmaal mensen die goed zijn om onze zekerheden zelf vast te stellen en te regelen. En zomaar proberen we die twee heren te dienen, waar Jezus ons op wijst. Er is een wereld ons ons heen die ons in de klem wil houden. Het is een wereld van heel veel ‘torentjes van Babel’, weet u wel? We bouwen vaak onze eigen koninkrijkjes. Liever meer dan minder.

De vraag wordt dan langzamerhand wel: Is ons geloof broodnodig? Kunnen we niet zonder? Of is het geloof eerder een toetje na een eigen bereide maaltijd?

Zoek eerst het Koninkrijk van God. Heb oog voor de Heere Jezus, daar op de troon van de genade. Hij die Zelf ons brood werd. Eerst.

Tegen deze achtergrond gaat het ‘wees niet bezorgd’ toch anders klinken. Het griekse woord daarvoor is eerder een woord dat lijkt op ‘bang zijn’. Jezus maakt het contrast met mensen die uit angst (weer) terugvallen op eigen patronen. Eigen zekerheden. Maar dan kom je toch tekort. Want er staat nu eenmaal ‘je kan geen 2 heren dienen’.

Als gemeente is het belangrijk om 1) samen de Heere te zoeken. Hem alleen, eerst en vooral(les). Of met die tekst uit Colossenzen 3: zoekt de dingen die Boven zijn, niet die beneden zijn. Een goed Begin, is het hele werk, zeg ik maar. En 2) heb oog voor elkaars noden, zorg voor elkaar en zie er op toe dat we met elkaar niet ‘bezorgd worden’, angstig en bang voor wat morgen brengt. Hou in die goede zorg oog voor elkaar, en hou elkaar vast bij de Heere. Hoe? Aandacht voor elkaar, bidden voor elkaar, de juiste hulp bieden, en eerlijk wijzen op Gods Woord en beloften.

In de preek kom ik ook op die bekende woorden uit Filippenzen 4: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.”  2 aspecten:

1) Zorgen? Bang? Dan naar God. 2) Hoe? Met dankzegging. Omdat Hij voorziet….de vogels, de lelies – dan zeker Zijn kinderen.

Waarop mag u dan naar uitkijken? Hoe mogen we dan vertrouwend de zomer in, het winterwerk tegemoet als gemeente, en verder met wat ons persoonlijk bezighoudt? Filippenzen 4 gaat verder: “en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.”

Meditatie nieuwsbrief Zondag 14 juni 2020

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Ik weet niet hoe u het vond, om afgelopen week eens stil te staan bij de bijbelteksten die mij en u werden meegegeven op Eerste Pinksterdag. Wie weet wanneer en hoe we elkaar nog daarover kunnen spreken. Ondertussen heb ik me voorgenomen er twee gedachten uit te halen en die mee te geven. Mocht u de laatste Nieuwsbrief niet meer bij de hand hebben, dan geef ik in een voetnoot nogmaals de teksten mee.[1]

Het eerste wat me in die bijbelteksten opvalt is de bemoediging. We mogen als een kudde onderweg zijn, een kudde die de Heere verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Dat is wat?! Die kudde bewáárt Hij (net als Zijn volk Israël, van wie we God horen zeggen ‘u bent mijn volk’) onder de schaduw van Zijn hand. Wat een indrukwekkende gedachte. Bewaard en beschermd worden. En dan ook nog tot het einde van alle tijden, de voleinding der wereld. Als we die belofte nu vasthouden en zo onderweg gaan, ‘onze weg op Hem wentelen’, dan komen we niet bedrogen uit, want ‘Hij zal het doen’!

Juist in coronatijd, waarin we op allerlei manieren ontdekken dat niet wij de wereld in de hand hebben, maar dat een onooglijk klein virus de regie lijkt over te nemen, houden we maar best vast aan de bemoedigende beloften van God. Want Hij, om het in oude woorden te zeggen, zal de ‘hemel planten en de aarde grondvesten’. Of met andere woorden: het loopt onze machtige God niet uit de hand. Dus, gemeente van Reeuwijk Brug en Dorp, verzameld in onze huiskamers…: de Heere laat nooit los wat Zijn hand ooit begon. Hij zal ook wel wegen vinden waarlangs onze voet kan gaan, zingt een oud lied.

 

Wat ik verder ontdekte, was de uitdaging die ons wordt meegegeven: een missie of opdracht die we delen. Allereerst om de weg met de Heere te gaan, Zijn Woord erbij te houden. Maar ik zag er ook een concrete gemeente-opdracht in. Namelijk om aandacht te hebben voor hen die dichtbij zijn, maar ook voor wie verre zijn. Het is nodig dat we samen onder die ‘schaduw van de hand van de Heere’ komen, om zo genezing te ontvangen.

Voor onszelf, dichtbij: komen wijzelf naar die schaduw, die schuilplek, als de roep klinkt? Komen we met onze nood? Trekken we aan de bel bij elkaar, bij de ambtsdragers?

Voor hen die verre zijn: dan denken we vanzelfsprekend aan zending en evangelisatie. Dat mag duidelijk zijn, zeker na Eerste Pinksterdag. Maar ik denk nu ook aan hen die wij missen omdat ze stilletjes via de achterdeur vertrokken zijn. Ik stel inmiddels vast dat wij allemaal wel namen kennen van hen die we missen. Hebben ze alleen de kerk verlaten, of ook de Heere? OK, soms was het hardleersheid of ongeduld, maar wat was onze bijdrage daarin? Ook ons treft soms de schuld. En dan komt het wel binnen, als de opdracht klinkt om dichterbij de brengen wie ver is, en dat bij de Heere genezing te vinden is. Laten we er van harte aan meewerken om onze verloren schapen vanuit het duister weer in het licht te brengen omdat daar dan bekering te vinden is. Denk nog eens aan die gelijkenis van de 2 verloren zonen?

Wat kan ik ernaar verlangen, dat wij steeds meer één kudde mogen zijn, samen met hen die verloren gelopen zijn en weggelokt. Om samen te luisteren naar die ene Goede Herder. Om woorden van vergeving te horen, bemoediging en kracht voor een leven met Hem en elkaar, maar ook woorden die ons op het rechte pad houden. Zien we daarin al iets van Gods Koninkrijk?

 

Ik maak het nu wat specifieker. Hoe werkt die bemoediging en uitdaging bij ons persoonlijk? Is het leven met de Heere ook het uwe en het jouwe geworden? Deel het, vertel het aan elkaar, oud aan jong, jong aan oud, aan die ene mens die deze week op je pad komt en die zich leeg of verloren voelt. Vertel ook van het eigen vallen en opstaan. Vertel van de Heere die keer op keer weer overeind helpt. Dat gebeurde sinds Pinksteren ook, en de opdracht blijft tot de ‘voleinding der wereld’, ook in Reeuwijk. En ja, roep ook om hulp, als je helemaal ‘op’ bent.

Wat zal het mooi zijn, om steeds meer onze erediensten ‘live’ te kunnen meebeleven. Ook hoop ik dat we in het komende seizoen weer burendiensten zullen organiseren en dat er alpha-cursussen zijn. En dat alle (bijbel)kringen en clubs weer van start mogen gaan: omdat we ertoe opgeroepen worden. Het is de Heere die roept. Weet u ook bemoedigd daarin, want die bijbelteksten zijn daarin heel duidelijk. Laten we vooral ook bidden: voor ons dichtbij, en voor wie ver is.

[1] Handelingen 20:28, 1 Kronieken 28:20, 1 Thess. 5:24, Jesaja 57:19, Jesaja 51:16, Mattheüs 28:20, Psalm 37:4-5, Handelingen 26:18, Handelingen 8:35, Johannes 10:16

 

Meditatie nieuwsbrief Zondag 7 juni 2020

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Met Pinksteren schreef ik “Je mag op de Heere vertrouwen, dat Hij met de belofte van Zijn Geest steeds wil voorzien in wat nodig is, in welke omstandigheden je ook zit. En de Heere weet dat die omstandigheden soms erg moeilijk zijn. Ik heb u met Hemelvaart gewezen op die diepe betekenis van de woorden in Hebreeën 4: 14-16. Laten we daarom maar steeds vasthouden en aankloppen bij de Troon van genade: in goede en kwade (corona)dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid en alle dagen van je leven.

Met een dankbare herinnering aan de Bevestigingsdienst start ik in deze Meditatie met die woorden. Want deze Zondag noemen wij Zondag Trinitatis. Dat is de zondag waarin we beseffen dat we een kerkelijk jaar achter de rug hebben waar we in de grote feesten volop de Drie-enige God hebben ontmoet. We kijken dan vanaf vandaag weer vooruit, naar de start van een nieuw kerkelijk jaar straks. En we gaan met de voorbereidingen aan de slag.

Het citaat uit de vorige Meditatie bepaalt mij zo sterk bij die intieme en krachtige verbondenheid van de Drie-eenheid daar op de Troon, en tegelijk ook dat de Heere vanuit de hemel door Zijn Geest zo nabij is, in onze omstandigheden. Ook bij onze gemeente, bij u, jou en mij. Zullen we de komende tijd tegemoet gaan onder die zegen? Want dat is het toch?

Over de zegen gesproken… Ik bedacht me dat ik juist vandaag de drievuldige zegeningen met u wil delen die ik meekreeg op de Eerste Pinksterdag.. Want, ik kreeg ze in het midden van de gemeente. Nu ook mijn gemeente. En dat is niet voor niets. De Heere heeft ook oog voor onze gezamenlijkheid, want Hij riep me naar u toe. Daarom déél ik de zegen ook, want hij gaat ook u en jou aan. Ik geef hieronder dit kleurig palet aan bijbelteksten mee.[1] Ook dat kan meditatief zijn, en heb er ook een vraag bij:

  • Handelingen 20:28, Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.
  • 1 Kronieken 28: 20. Vervolgens zei David tegen zijn zoon Salomo: Wees sterk en moedig, en doe het; wees niet bevreesd en wees niet ontsteld, want de HEERE God, mijn God, zal met je zijn. Hij zal je niet loslaten en Hij zal je niet verlaten, totdat je heel het werk voor de dienst van het huis van de HEERE zult voltooid hebben.
  • 1 Thess. 5: 24. Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.
  • Jesaja 57: 19. Ik schep de vrucht van de lippen, vrede, vrede voor wie ver weg is en voor wie dichtbij is, zegt de HEERE, en Ik zal hem genezen.
  • Jesaja 51: 16. Ik leg Mijn woorden in uw mond, en bedek u onder de schaduw van Mijn hand, om de hemel te planten en de aarde te grondvesten, om te zeggen tegen Sion: U bent Mijn volk.
  • Mattheüs 28: 20. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.
  • Psalm 37: 4 en 5. Schep vreugde in de HEERE, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt. Wentel uw weg op de HEERE en vertrouw op Hem: Híj zal het doen.
  • Handelingen 26:18. om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van de zonden ontvangen en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof in Mij.
  • Handelingen 8:35, En Filippus deed zijn mond open en, uitgaande van dat Schriftwoord, verkondigde hij hem Jezus.
  • Johannes 10: 16. Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde enéén Herder.

Nogmaals, deze teksten kreeg ik heer persoonlijk mee, maar wel in uw midden. Mijn vraag zou daarom zijn: Ervaart u er als mede-lid ook zelf een opdracht, roeping, bemoediging in? Ik hoop van wel, maar hoe? Mooi om het daar eens met elkaar over te hebben. Ik hoop dat het mag bijdragen aan de groei en bloei van onze gemeente.

[1] Met dank aan –in volgorde-: Ds. K. Groeneveld (Antwerpen), Ev. E. van Rij (Oud Beijerland), Ds. R. de Koning Gans (Oudewater), Ds. M. Batenburg (Gouda), Ds. R. de Jong (Urk), Br. J. Vermeulen, Ds. A. Cseresznye (Heyten), Ds. F. van Veldhuizen (Sluipwijk), Ds. J. Tekelenburg (van Reeuwijk naar Monster)

Meditatie nieuwsbrief Eerste Pinksterdag 2020

De pinksterbelofte: dan sta je er niet alleen voor.

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Terwijl ik deze woorden schrijf, ben ik al in gedachten bij onze komende erediensten op de Pinksterdag. Omdat de ochtenddienst ook in het teken staat van de bevestiging in het ambt, ben ik natuurlijk alvast heel benieuwd hoe uw oudpredikant, ds. Tekelenburg het Woord zal verkondigen. Ik ben vol verwachting,….en een tikkeltje gespannen.

In die zin is het voor mij persoonlijk dus ook even een tijd van (ver)wachten. Het heeft iets van het wachten op de belofte waartoe de discipelen werden opgeroepen. Toen ging het zo: “En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt; want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.” Zo staat het in Handelingen 1, en dat sluit helemaal aan bij woorden uit de evangeliën en het Oude Testament. Zo werd Pinksteren aangekondigd, nu 2000 jaar terug.

Over dat verlangend wachten, schreef ik in de vorige Meditatie, op 24 mei. Dat verlangend wachten is niet alleen het mijne, maar toch ook het uwe? Het is een echt verwachten, dus niet zomaar een vage hoop. Alsof de Heere ooit zijn beloften niet is nagekomen, en ‘wie weet wat er deze keer van komt’? Nee dus! Lucas tekent het zo op dat hij Jezus het hoort bevelen om de belofte van Zijn Geest te verwachten. Dat is nogal wat. Als God iets belooft, dan doet Hij het ook. Let wel op: op Zijn wijze, en wanneer de juiste tijd daar is. Misschien is dat iets wat wij wel lastig vinden.

Nu kunnen we ons helemaal richten op dat ene Pinkstermoment, maar dat zou niet goed zijn denk ik. Want, vanaf den beginne –lees maar in Genesis 1- wat Gods Geest al actief. En doorheen het hele Oude Testament zie je Gods Geest waaien. Hoe kan het ook anders, onze God is immers een Drieënige God, de eeuwige, de alomtegenwoordige.

Gods Geest geeft richting aan, brengt mensen in beroering en brengt verandering teweeg. Je zou kunnen zeggen dat Gods Geest bewerkt dat de mens het steeds en in alles van God verwacht. En bij Pinksteren zie je het bovendien nadrukkelijk uitwaaieren: vanuit Jeruzalem tot aan het uiterste der aarde. Zo bijzonder is dat.

Wat wil ik daarmee zeggen? Dat Pinksteren  niet zomaar ‘uit de lucht komt vallen’, maar de zoveelste manier van God is om Zichzelf mee te delen aan de mensen die niet zonder Hem kunnen.

En daarom noemde ik vorige week ook Psalm 27. Geschreven circa 1000 jaar voor Pinksteren, en zo getuigend van een God die door Zijn Geest ons wil ontvangen bij Hem thuis. Psalm 27 gaat over God die zorgt, in alle omstandigheden.

Ik zou zeggen, lees Psalm 27 nog eens rustig door, en laat het op je inwerken. Nu geef ik vast enkel verzen mee: “Eén ding heb ik van de HEERE verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de HEERE, al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel. Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut op de dag van het onheil. Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots.” En dan sluit de psalm 27 af met woorden die zomaar door de discipelen gezongen konden zijn, terwijl zij wachtten op de belofte van de heilige Geest: “Wacht op de HEERE, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de HEERE.”

Met Pinksteren mogen we onszelf eraan herinneren dat God keer op keer Zijn eigen belofte heeft gehouden. De hele geschiedenis van het volk Israel –ook in moeilijke tijden- herinnert eraan. Onze God is een God van trouw. Van Hem kan je het echt verwachten. Onverdiend trouwens, wat een genade! En hoe nodig hebben wij dat allemaal? Als predikant, als gemeente, sámen?

Laten we vol van deze gelovende verwachting de toekomst tegemoet gaan. Je mag op de Heere vertrouwen, dat Hij met de belofte van Zijn Geest steeds wil voorzien in wat nodig is, in welke omstandigheden je ook zit. En de Heere weet dat die omstandigheden soms erg moeilijk zijn. Ik heb u met Hemelvaart gewezen op die diepe betekenis van de woorden in Hebreeën 4: 14-16. Laten we daarom maar steeds vasthouden en aankloppen bij de Troon van genade: in goede en kwade (corona)dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid en alle dagen van je leven. Het lijkt mij belangrijk dat we als gemeente en persoonlijk die ‘trouwbelofte’ van onze VerbondsGod aannemen. Met de hulp van Zijn Geest komen we nooit bedrogen uit: dan staan u, jij en onze gemeente er niet alleen voor. De Heere is nabij.

Meditatie nieuwsbrief donderdag 21 en zondag 24 mei 2020

Tussen Hemelvaart en Pinksteren: actief (ver)wachten.

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Wanneer u dit leest, is het misschien Hemelvaartsdag, of de dagen daarna. We gaan even terug naar de discipelen rond diezelfde tijd. Die dagen na Hemelvaart hadden voor hen iets onwezenlijks nog. Jezus’ hemelvaart is achter de rug, maar Pinksteren was nog niet geweest. De zondag daartussen noemen wij vaak de ‘wezenzondag’. Inmiddels zijn ze er door Jezus nogmaals op gewezen wat Hemelvaart werkelijk inhoudt: Kroningsdag dus. Tijdens de preek op Hemelvaartsdag probeer ik dat ook weer te geven: dat Jezus alle macht heeft, op hemel en op aarde, en dat Hij als mens bekend was en is met al onze moeiten en schuld. Zijn reddingswerk in lijden, sterven, opstaan en troonsbestijging horen bij elkaar. En dan breekt nu een tijd aan van wachten.

Maar, zouden ze zich ondertussen echt verweesd voelen? Als ik de laatste verzen van het Evangelie volgens Lucas lees, dan valt dat wel mee. Want, ‘zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. En zij waren voortdurend in de tempel, terwijl ze God loofden en dankten’. En het daarop aansluitende verslag in Handelingen 1 vertelt in vers 14, dat ze ‘eensgezind bleven volharden in bidden en smeken, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers’.

Natuurlijk is het mogelijk dat ze bij elkaar bleven, uit zorg en angst voor de joden. Maar ze hadden lovend, dankend, biddend en smekend hun hoop gevestigd op Jezus. Jezus was wel aan hun oog onttrokken, maar niet uit het hart verdwenen. Daarin waren ze zelfs eensgezind. En, als ze echt bang waren voor represailles, zouden ze dan in de tempel zijn gekomen? Lijkt me niet. Nee, ze waren in Jeruzalem gebleven, vooral om te wachten op de belofte van de Heilige Geest. Ze hebben gehoord dat ze van die Geest kracht kunnen verwachten, om te leven als getuige van Christus. Vanuit Jeruzalem, trouwens. Stad van David, waar het evangelie met middelpuntvliedende kracht de wereld in zal gaan.

De discipelen hebben een tijd achter zich van onzekerheid en van verwarring rond Christus’ opstanding. Maar Jezus heeft hen ‘meegenomen’, door de Schrift heen om hen aan te tonen dat Zijn komen, zijn lijden, sterven en opstanding zo heeft moeten zijn. Gaandeweg kregen de discipelen rust en vrede. En, alhoewel het hoe en wanneer van Gods belofte nog niet duidelijk was, hielden ze vol. Verlangend, verwachtend, en vol goede moed.

Mooi als ook wij zo’n gelovig, vertrouwend verlangen hebben naar Gods belofte. Hier gaat het dan om de komst van Gods Geest, hoe Hij zelf nabij komt in kracht, in troost en wat een mens maar nodig heeft om te leven naar Zijn wil.

Je zou het een verlangen naar ‘Pinksteren in ons leven’ kunnen noemen. En dat heeft alles te maken met Gods aanwezigheid en werking in ons leven. Want Zijn Geest hebben we dan nodig: persoonlijk, als deel van de gemeente (let even op die eensgezindheid bij de discipelen), en onze plek in deze soms lastige maatschappij. Dat is heel wat, niet? Om dan niet opnieuw in de war te raken werd ik onwillekeurig getrokken naar onze Psalm 27.

Psalm 27 is een getuigende psalm, eerlijk ook. Het stukje verlatenheid kan je er in proeven. In die zin past psalm 27 ook wel bij Hemelvaart. Maar de Heere van deze Psalm stelt niet teleur! Want de Heere is sterk. Ja, dat zegt Jezus zelf ook, in het laatste verzen van Mattheus 28: Hij heeft alle macht op hemel en op aarde. En, Hij belooft er bij te zijn, tot aan de voleinding van de wereld! Psalm 27 eindigt ook met zo’n geweldige belofte. Het lijkt een beetje op ‘wacht maar af, je zult wel zien’. Maar het is meer dan dat. Het is enerzijds een belofte, en anderzijds ook een oproep om niet passief af te wachten. Maar net als de discipelen dat héél actief te doen: actief (ver)wachten. Zullen we dat samen doen? Met en voor elkaar? Eensgezind, lovend, dankend, biddend en smekend onze hoop en verwachting vestigen op Jezus. Ja, en dan mogen we zó weer vooruit kijken naar Pinksteren.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 17 mei 2020

Straks Hemelvaart, echt een Kroningsdag!

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Over een paar dagen is het Hemelvaart.

Ik schreef in een vorige meditatie rond Bevrijdingsdag hoe mijn opa Hemelvaart beleefde, die week nu 75 jaar terug. In zijn dagboek vond ik: “want al is hetgeen we deze dagen beleven dan ook van geweldige betekenis, verre daar bovenuit steekt dan toch den Hemelvaart van onze Heere en Koning in den Hemelen om van daaruit zijn Kerk te leiden en regeeren. Dit blijft dan vooral in deze tijden een troostrijke gedachte dat Hij zijn kerk leidt in alle Waarheid en dat niets de Zijnen kan overkomen zonder Zijnen Wil. Vooral in deze tijden hebben we ons daaraan vast te klemmen.

Het is nu 75 jaar later, en die woorden blijven bij mij nog wel even hangen…onze ‘Heere en Koning in den Hemelen’. Ik realiseer me dat voor mij Hemelvaartsdag niet altijd die waarde kreeg die zo’n Kroningsdag had verdiend. Misschien komt het wel omdat ik vaak vooral uitkeek naar vrije dagen, een lang weekend, even niks. Genieten. En ja, kennen we die behoefte niet allemaal? Maar toch moet ik een stukje zelfkritiek ondergaan. Want, mag het verlossingswerk van Christus, en de kroon op Zijn werk -door de Troonsbestijging- niet wat meer lof en dank van ons krijgen? Want, het is tenslotte een echte Bevrijdingsdag, een duur betaalde nota bene. Ik hoop daar in de dienst op Hemelvaart verder bij stil te staan. Hier beperk ik het tot een paar belangrijke bijbelteksten die ons in de goede richting wijzen. Wat ik met deze meditatie graag zou willen, is dat we ons samen in de komende dagen voorbereiden op het feestelijke van Hemelvaartsdag, en onder de indruk raken van wat die dag voor ons betekenen mag.

Zo wijs ik dan eerst op enkele woorden uit Romeinen 8:34: “Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.” Kijk, daar hebben we de brug van Pasen naar Hemelvaart. Dus, waar is Jezus dan nu? Aan de rechterhand van God. Om de pleiten, voor ons. Daar was Pasen voor nodig. Je zou het zo kunnen zeggen, dat Jezus in dat pleiten steeds weer het gevloeide bloed en Zijn eigen verbroken lichaam toont aan de Vader: de straf is gedragen. En daarom kunnen mensen nu vrijgesproken worden, en dat gebeurt vanaf de troon; de troon van genade, noemen we dat naar Hebreeën 4:16. Zó belangrijk is de troon van genade: daar moeten we zijn voor vrijspraak en hulp. Dáár moeten we zijn met onze gebeden om nieuw leven, een nieuwe start.

Natuurlijk mag de vraag gesteld worden of het ook voor u en mij is. Hebreeën 4 geeft in de verzen 14 en 15 een duidelijk antwoord, leest u het maar na. Het is een echo van wat in de Hebreeënbrief hoofdstuk 9: 24-26 ook klinkt, want Christus besteeg die troon, “om nu voor het aangezicht van God te verschijnen voor ons”. Voor ons dus, zegt de schrijver. Dankbaar mogen wij daar nu bij aansluiten. Dat kan je toch niet aan je voorbij laten gaan…?

Een ding geloof ik vast, wanneer ik de kernwaarde van Hemelvaart serieus neem en geloof. En dat is dat Jezus Christus nu op de troon van genade zit, om bij de Vader voor ons te pleiten. En duidelijker dan in Romeinen 8 vanaf vers 37 kan het dan niet klinken: “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.”

Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.“ Zó is de Heere dus. In liefde wil Hij voor ons pleiten en doet dat ook. Ik vraag u om dat vanuit deze teksten eens diep te proeven: dat Hij echt in liefde voor ons pleit. Dat gegeven, dat geloof laat mij niet onberoerd.

Hemelvaart is voor mij niet meer zomaar een mooi begin van een lang vrij weekend. Het is de herinnering geworden aan het geloof dat Christus alle macht heeft, en dat Hij in Zijn liefde Zijn kinderen nooit loslaat. Dat geeft rust, en ik denk dat er meerderen onder ons zijn die ook die rust nodig hebben. Want wat kunnen we soms in de war zijn, heen en weer geslingerd door eigen (kop)zorgen. En dan mogen we nota bene, zo klein en zondig als we zijn bovendien “naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip” (Hebr. 4:16). De weg is vrijgemaakt, ziet u dat? Want de Heere Jezus is ons daarin voorgegaan.

Misschien mag deze Hemelvaart voor u weer zo’n startmoment van erkenning en geloofsbelijden zijn.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 10 mei 2020

Gods Woord….een licht op ons pad in een verwarrende tijd

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Als je dit titeltje leest dan denkt u misschien ook wel aan Psalm 119. Terecht natuurlijk. Zoek maar op. Maar misschien denkt u dan nog niet gelijk aan het Bijbelgedeelte waar ik nu op doel. En dat is dan wat Lucas ons wil meegeven in Lucas 24 over de Emmaüsgangers. Zondagmorgen komt deze geschiedenis aan de orde. Mooi, zo na de Opstanding van Jezus, en voor Hemelvaart. Maar ook mooi omdat opnieuw de verwardheid aan de orde komt. Discipelen zijn verward en vragen zich af hoe het nu eigenlijk zit. Dat is ook in deze tijd actueel. Enerzijds vanwege het coronavirus. Maar ook omdat ik merk dat diverse gemeenteleden ook met vragen zitten die ze al langer hadden. Soms zijn die vragen gekomen door grote moeilijkheden in hun levenspad. Zo begrijpelijk dat je dan de vraag kan hebben….’ Waar bent u dan, Heere? Ik heb u zo nodig!’

En zo zie ik die 2 vrienden, die volgelingen van de Heere op pad gaan. Uit het Bijbelgedeelte is heel veel te halen. Om de preek wat makkelijker te kunnen volgen geef ik alvast mee wat ik er aan lessen uithaal: 1) Heb contact met elkaar, in tijden van verwarring, 2) Zoek goede gesprekspartners, 3) Doe het zeker als je hoop bijna op is. Ook bij klein-geloof, 4) Stel de vragen waar je mee zit!, 5) Accepteer de terechtwijzing, 6) Wees leergierig over Gods Woord!, 7) Wees gastvrij, 8) Hou het goede nieuws niet voor jezelf.
Dat zijn wat mij betreft pas lessen als we inzien dat het de Heere is die Zijn zegen erover wil geven. Want, sinds Pinksteren weten we overduidelijk hoe de Heere zich laat zien. Enerzijds als almachtige op de hemelse troon van genade, maar in Zijn Geest actief en aanwezig tussen ons. Ik vind het wel mooi hoe Elly en Rikkert (en ook bezongen door de Goudse Elise Mannah) dit weten te verwoorden in hun liederen over de Emmaüsgangers. God werkt door Zijn Geest, en gebruik ook mensen in Zijn dienst.

Het punt dat vandaag mijn aandacht trekt is dit: dat Lucas laat zien dat het gebrek aan Bijbelkennis eigenlijk de oorzaak is van alle verwardheid. Vandaar die 6de les uit het rijtje. Als je het begin van Lucas 1 leest, ontdek je hoe belangrijk Lucas het vindt om nauwkeurig uit te pluizen hoe het nu zit. Dat geeft zekerheid over waar het echt om gaat in het leven. En dan bedoelt Lucas een leven met de Heere. En zekerheid is het tegenovergestelde van verwardheid. Lucas is dokter. Hij weet maar al te goed dat een goede diagnose belangrijk is. Een dokter stelt vragen, en vraagt door. En daarom denk ik dat Lucas het zo belangrijk vindt om ons te laten zien dat Jezus zijn voorbeeld is. Jezus wijst ons allemaal terecht, als we vergeten zouden zijn waar we moeten zijn als we zekerheid moeten hebben. En dan komen we bij Lucas 24:27. Jezus “begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.” Let even goed op. Er was toen nog helemaal geen Nieuw Testament zoals wij het nu kennen. Wel het enige testament, dat wij nu het ‘Oude’ Testament noemen. Zeg maar het ‘eerste testament’. Jezus laat er geen misverstand over bestaan, dat Zijn leven, sterven en opstanding het verlossingswerk is waarover het altijd al over ging. Dat is belangrijk, zeker wanneer sommigen denken dat de profeten een ander messiaswerk voor ogen zouden hebben gehad. Jezus, de Drie-enige God wijst ons erop dat het steeds over Hem gaat. Laten we het Oude Testament zo dus ook lezen. Het gaat over God, die in Zijn genade en trouw verlossing bracht in de Heere Jezus. Ook voor ons. En dat het je rust mag geven wanneer je dat ontdekkenderwijs gaat lezen in de bijbel. Lucas ging ons voor. De Emmaüsgangers ook.
En nu wij…Ook wij krijgen de opdracht van Lucas 24 mee, om de Bijbel te onderzoeken, van A tot Z, van alpha tot omega, over Hem die zegt dat Hij die Alpha en Omega is. Van begin tot eind. Dan kom je de Heere tegen. Het is die Heere die in tijden van verwardheid de aandacht vraagt, ja misschien wel…opeist. Zonder een goed zicht op Hem zal er veel verwarring blijven. Dan is er geen ‘licht op je pad’. Ik moet denken aan de woorden van Hosea die in hoofdstuk 4 zegt: ‘Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is. Omdat ú de kennis verworpen hebt, heb Ik u verworpen om als priester voor Mij te dienen. Omdat u de wet van uw God hebt vergeten, zal Ik ook uw kinderen vergeten.’ Dat klinkt heftig, niet? Gelukkig kan het anders. Want wanneer je gaat speuren en ontdekken, wanneer je leergierig wordt naar wie de Heere is, dan kom je niet bedrogen uit. Zelfs als je geloof aangevochten is, en als al je hoop misschien verdampt is. Zo was het ook met die Emmaüsgangers, want op dat moment waren het echt geen geloofshelden. De Heere kwam er bij. Zelfs bij hen. En gaandeweg smolt hun verwardheid weg. Verlang je daar ook naar? Ga dan op ontdekkingstocht! Vind je lezen moeilijk, heb je last met concentreren? Doe het samen. We hebben -zelfs tijdens coronatijd- zoveel mogelijkheden. Heb je er hulp bij nodig? Vraag ernaar, want net als die twee Emmaüsgangers is het mooi als je samen onderweg bent -nog wel die 1,5m he?-, samen van gedachten wisselt, en samen ontdekt hoe de Heere zekerheid biedt.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 3 mei 2020

Verlangen naar bevrijding

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

In deze dagen staan we stil bij de bevrijding van de onderdrukking van de Tweede Wereldoorlog, nu 75 jaar geleden. Een verheugend moment, herinneringen aan bevrijding. Daar hoort ook bij dat we beseffen dat die bevrijding duur betaald is. Dagen als 4 en 5 mei hebben en houden daarom hun waarde.

Ik werd er op een andere manier weer bij bepaald. Mijn eigen moeder, toen een jonge vrouw, zat in die tijd als geëvacueerde -dus vluchteling- in Friesland op een zolder. Samen met 5 anderen van hun gezin. In de herfst van 1944 hebben ze hun thuis in Oosterbeek moeten verlaten en via lange (wandel)tochten zijn ze in Friesland opgevangen. Het had wel iets van quarantaine. Het gezin was verspreid geraakt over 4 adressen in Nederland. Deels ook in onderduik. Weinig onderling contact. Geen (video)bellen, geen email of Whatsapp, nauwelijks brieven. Onzekerheid en gemis. Een moeilijke tijd.
Ik heb daarvan kunnen lezen in het oorlogsdagboek van mijn opa. Ik werd geraakt door wat hij schreef. De eerste regel van dit deel van het dagboek -op dat moment zijn ze vluchtend onderweg- begint met het gemis van de kerkgang. Juist wanneer God zo nodig is ontdekt opa: “ ’t is wel de groote zonde van dezen tijd dat God niet wordt erkend in het dagelijksche leven en men dus feitelijk leeft zonder God.” Even later, vanaf hun tijdelijk Friese vluchtadres: “Zij onze hoop en verwachting echter maar steeds op Hem […]”. Daarmee hoopte hij op het einde van de oorlog. En dan, een tijd later, eind april 1945: “Dag van jubel, dag van feest, want deze dag kwamen we (in IJlst) van onder het Duitsche juk.” Terwijl de bevrijding op handen is, stelt hij zich dan die vraag: “Wat zal er nu van ons volk worden? Zullen we nu geleerd hebben te vragen naar de enige Weg die waarlijk kan leiden tot waarachtig Volksgeluk?” Rond Bevrijdingsdag blijkt hij te druk om in het dagboek te schrijven. Maar in de week die daarop volgt is het Hemelvaartdag: opa beseft dat dit de kroningsdag is, en schrijft: “want al is hetgeen we deze dagen beleven dan ook van geweldige betekenis, verre daar bovenuit steekt dan toch den Hemelvaart van onze Heere en Koning in den Hemelen om van daaruit zijn Kerk te leiden en regeeren. Dit blijft dan vooral in deze tijden een troostrijke gedachte dat Hij zijn kerk leidt in alle Waarheid en dat niets de Zijnen kan overkomen zonder Zijnen Wil. Vooral in deze tijden hebben we ons daaraan vast te klemmen.

Wat moeten onze grootouders en ouders geworsteld hebben in die lange oorlogsjaren van onderdrukking en terreur. Wat moet er bij velen een verlangen zijn geweest naar bevrijding, en een ‘terug naar huis’. En naar elkaar, in de kerk. Laten we daarbij ook een moment stil zijn voor die slachtoffers van het terreur die bevrijding niet meemaakten. Laten we ook beseffen dat het gemis vele families een leven lang pijn heeft gedaan. Bevrijding en vrijheid is duur betaald.

Nu durf ik bijna niet de stap te maken naar onze corona crisis. Toch anders. Een onooglijk virus dat ziek maakt, soms ongeneeslijk ook. Ook nu zijn mensen van elkaar gescheiden door quarantaine-maatregelen en kunnen we niet naar de kerk. U voelt wel aan dat vergelijken hier wat vreemd is. Maar het hoeft ook niet.
Wat wel mag en ook wel moet, is ons geloof in de opgestane Christus vasthouden. Voor mij helpen zulke vragen als die van mijn opa, 75 jaar geleden. Leren wij ook te vragen naar de Heere Jezus, als enige Weg en dat de Heere ons genadig wil zegenen? En, met Hemelvaart 2020 in het vooruitzicht: willen we beseffen en (toe)vertrouwen dat de Heere Zijn kerk in stand houdt, en dat niets buiten Zijn Wil omgaat?

Ik moet denken aan de manier waarop God door alle moeite heen trouw bleef aan Zijn eigen volk Israël, En Israël vanuit de quarantaine van Egypte leidde naar het land van verlossing, de vrijheid tegemoet. Dan lees ik die belofte in Deut. 8:31: “De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.” Leg daarnaast wat Paulus ons voorhoudt in het slot van Romeinen 8. Lees het hoofdstuk misschien zelf een paar keer. Bemoedigend en troostend hoe kwetsbare mensen hierin door Gods Geest kracht ontvangen om door te gaan. En dan de kroon van het hoofdstuk in verzen 37-39: “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen [dus ook geen corona], noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.

Laten we die God van trouw dankbaar loven en prijzen voor Zijn bevrijding, ernaar verlangen en het dáár met elkaar over hebben.
Zeker deze week…

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 26 april 2020

In het donker wordt het licht

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Schapen. Ik kan er met verbazing naar kijken. Of het nu schapen in een wei zijn, of onderweg met de herder op de heide. Iedere keer valt me op dat ze -voor mijn idee toch- doelloos en kwetsbaar zijn, schaapachtig dus. Bijzonder dat de Heere juist het beeld van schapen gebruikt om ons iets duidelijk te maken over onszelf. Over wie en hoe we zijn. OK, niet altijd prettig, maar wel eerlijk want de Heere heeft ons ten slotte gemaakt. Hij kent ons het beste. Naast onze talenten ziet Hij ook onze beperkingen.
Zo gebruikt de Heere ook het beeld van de herder, die nodig is om die schapen te leiden. En in de Heere Jezus zien we beide terugkomen: Hij is voor onze zonden gestorven -het lam dat geslacht werd-, maar is opgestaan uit de dood en nu Herder over ons. Het is veel beeldtaal in de bijbel, en voor velen van ons is dat aansprekend.

Dat schaap, vaak doelloos en kwetsbaar, dat zijn wij. Met Psalm 23 zie ik het voor me. De schapen zijn onderweg. Ze weten misschien wel -onbewust- wat ze willen (alhoewel…is dat wel het goede?), maar de weg daar naartoe? De herder is gelukkig dichtbij. Die herder is de Heere. Hij weet de weg: ook die van u en mij – in enkelvoud staat het er. En dan is daar het donker dal: “Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij”. Een eerlijk en realistisch beeld. Want het schapenleven is niet altijd idyllisch, maar is soms hard en verward. Ik denk dat het ook voor deze tijd geldt. Die is in zekere zin ook donker, ondanks het mooie voorjaarsweer (en laten we daar toch heerlijk van genieten). En ik denk dat ik daarmee niet alleen mensen bedoel die pessimistisch aangelegd zijn. Ook optimisten moeten erkennen dat onze toekomst eigenlijk niet echt maakbaar is. We zijn nu eenmaal kwetsbaar, en het coronavirus bepaalt ons daarbij. Welke controle hebben we eigenlijk maar? Dat werd mij nog een keer duidelijk toen ik laatst Psalm 49 las, met daarin: 13Nee, een mens, hoe rijk ook, ontkomt niet aan het duister, hij is als een dier dat wordt afgemaakt. “14Dit is het lot van wie op zichzelf vertrouwen, zo vergaat het wie zichzelf graag horen: 15als schapen verblijven zij in het dodenrijk, en de dood is hun herder”. Zo vergaat het dus de schapen die het op eigen houtje willen redden. En als ik dan naar de wereld om me heen kijk, dan ben ik niet verbaasd. Een beetje ‘het recht van de sterkste’, niet? Wie kijkt er dan nog naar die ander om? Nu, en straks als ‘corona’ voorbij is?
Tegelijk ben ik opnieuw verwonderd over onze God die ons helpt met het beeld van de schapen en de herder, en hoe daarin ook zijn liefde en ontferming duidelijk maakt. Kijk maar eens hoe God door zijn profeten zich van zijn genadige kant laat zien. Ezechiël 34 bijvoorbeeld: “12Zoals een herder op zoek gaat naar zijn kudde op de dag dat hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik op zoek gaan naar Mijn schapen. Ik zal ze redden uit alle plaatsen waarheen ze verspreid zijn op de dag van wolken en donkerheid”. Zo mooi ook, die echo van dit gedeelte in Johannes 10.

Verder valt het me op dat het beeld van schapen ook altijd samengaat met de gedachte van een kudde. Van één kudde, die één is. Ook verspreid in coronatijd horen we bij elkaar. Dat is een heel belangrijk aspect. Samen hebben wij er belang bij dat het ook die ander goed gaat; die ander die bij ons hoort. Om samen te leven onder de leiding en bescherming de ‘stok en zijn staf’ van de Heere. Als een ander donker ervaart, en jij het licht: dan heb jij een mooie taak in Christus’ kudde. We zijn er om elkaar te dienen. Het volgen en dienen van God, en het dienen van de naaste horen zó bij elkaar. Mooi om met elkaar in gesprek te gaan over donkere en lichte tijden. En over de Heere die als herder nabij is. Gewoon dóen: dan dien je de éénheid van de kudde.

Ik leer hier weer van om niet te schrikken als het donker is of wordt, of als de toekomst niet duidelijk is. Want, wat die toekomst ook brenge moge, laten we steeds blijven vertrouwen op die God, die ons –samen met zijn volk Israël- wil zoeken, leiden vasthouden, beschermen. Laten we daar in dezer dagen ook vooral dankbaar voor zijn. Dan mag het licht worden, ook in het donker dal. En in dat licht kan je zelf ook licht worden: namelijk een getuige van Christus, onze herder en leider. Hem zij de lof en de dank.

 

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 19 april 2020

Pantoffelheld

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Tja, het zou afgelopen dinsdag een drukke en rommelige dag worden. Hindert niet, gewoon beginnen. En zo ging ik eerst boodschappen doen voor m’n moeder. In de auto had ik al een vreemd gevoel. Er was iets mis. Maar wat? Eenmaal in de winkel werd het duidelijk, toen ik even stond te peinzen, zo van ‘ben ik niks vergeten?’. Naar de grond starend zag ik het…ik had m’n sloffen nog aan. Geen haan die er naar kraaide, gelukkig.

Maar ineens herinnerde ik me die preek over Petrus: ja, die wilde ik graag voor zondag herbewerken. Wat het voorgaande met Petrus te maken heeft, dat wordt nog wel duidelijk.

Ondertussen bedacht ik me trouwens dat Petrus en z’n vrienden toch ook even dat quarantaine-gevoel moeten hebben gehad. Jezus is weliswaar opgestaan, maar de sfeer is nog niet echt uitbundig. Ze zitten veel binnen. Wat hield ze bezig? Schaamte omdat ze hun Heere in de steek hadden gelaten? Als je het begin van Johannes 21 leest, dan vermoed je bovendien dat brood op de plank nodig hebben. “Laten we gaan vissen”, stelt Petrus voor. Maar misschien speelt ook mee dat Petrus z’n schaamte wil vergeten door weer aan het werk te gaan. Weet u nog, van die haan die kraaide? Petrus, met z’n grote woorden, hij had zijn Heere in de steek gelaten. Petrus moet het lastig hebben gehad. Hoe moet het nu verder? Als de Heere echt is opgestaan, hoe kom je dan in het reine met Hem en jezelf? En dan is daar het moment wat we kunnen lezen in Johannes 21: 15-17. Spannend! Lees die verzen eens rustig door, laat het even bezinken. Haal je de 3 verloocheningen voor de geest. Er was die haan die kraaide. Maar bij Jezus is het niet zomaar ‘zand erover’. Nee, het voelt alsof de haan nog een keer kraait… Of is het dit keer anders?

De Heere opent zelf het gesprek. Bijzonder: in 3 vragen. Confronterend, niet? De Heere legt de waarheid bloot. Dat doet zeer. Maar ook valt op dat de Heere niet veroordeelt, maar bevraagt. Daarin kan je al iets ontdekken van Zijn liefde voor Petrus…toch een nieuwe kans?

Hoe moet Petrus nu reageren? Verontschuldigen wat hij fout deed? De vraag ontwijken? Etc. Maar nee, toch het antwoord zoals we Petrus kennen: Ja, Heere, U weet dat ik van u houd. Een liefdesverklaring. Sterker nog: ‘Heere, u weet alle dingen, U weet dat ik van u houd’. Denk maar eens aan dat mooie kinderliedje: ‘God kent mij, vanaf het begin. Helemaal van buiten, en van binnenin’.
Petrus wordt op de knieën gebracht. En van daaruit zal hij -die eerst Simon heette- opnieuw de rots worden waar de Heere echt wat mee kan. Petrus –rots- zal zijn naam met ere dragen, wát een opstandingsmoment voor Petrus. Nieuw leven.

Pasen is geweest. Ook voor u en jou? Laat je maar confronteren met het Evangelie van de opstanding. Misschien hebben wij ook wel grote geloofswoorden, maar laten we vaak de Heere links liggen. Dan zijn we een soort ‘pantoffelheld’.
Een soort huiselijke pantoffel-les dus, thuisonderwijs: God moet het niet van onze grote woorden hebben. Alleen Hij geeft wat we nodig hebben om Zijn volgeling te zijn. De Heere maakt liefdevol duidelijk dat Hij geeft om u en jou, gelukkig maar. Waar je ook bent: meer aan huis gebonden misschien. Genoeg tijd om vaak sloffen aan te hebben en het gesprek met de Heere aan te gaan. Ik doe mee, want heb dat gesprek allemaal hard nodig.

(Oh ja: vergeet niet om de sloffen af en toe uit te doen, want er is ook een tijd van werken en van wandelen en zo)

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 12 april 2020

Van struikelblok tot wegverharding

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Vorige keer schreef ik dat het in déze Stille Week vanwege corona misschien helemaal niet zo rustig is. Er kan ons van alles bezighouden in deze tijd. Ik stel mij zo voor dat dit ook gold voor de geliefden om Jezus heen. De weg van lijden en sterven, wat gaf het veel verwarring. Die verwarring lezen we ook terug in de Evangeliën.

Het zal geen verrassing zijn dat het hele gebeuren van Pasen ook nu nog veel verwarring geeft. Mensen zonder geloofsachtergrond hebben geen idee wat er heeft gespeeld en wat lijden, sterven en opstanding van Jezus betekenen. Want, één mens, in een zowat ‘onooglijk’ moment ergens 2000 jaar geleden. Wat kun je daarvan verwachten? Lastig dan, wanneer je geen idee hebt van wat de bijbel erover zegt. Nou ja -tussen haakjes- we raken wel onder de indruk van een letterlijk onooglijk virus dat de hele wereld op stelten zet en verwart, dat mag best tot denken zetten…

Ik denk verder dat ook mensen binnen de kerk Pasen soms lastig vinden. Het blijft ook zó wonderlijk en soms moeilijk. Zó onvoorstelbaar wat we lezen in het bekende Joh 3:16. Dan kan zomaar de vraag klinken ‘maar, als dat nu allemaal waar is, is dat dan óók voor mij gebeurd?’ Alsof er een steen op onze geloofsweg is gerold, een struikelblok.

En met deze inleidende gedachten kom ik op de ervaringen van die drie vrouwen die met Jezus een tijd waren opgetrokken. En dan is er iets wat mij bij Markus 16 vers 1-3 opvalt. We lezen daar dat ​Maria​ Magdalena, ​Maria, de moeder van Jakobus, en Salomé specerijen hadden gekocht om het lichaam van Jezus te gaan ​zalven. Na de Sabbat gaan ze op weg. Mij gaat het dan nu vooral om die vraag die ze zichzelf stellen: Wie zal voor ons de steen van de ingang van het ​graf​ wegrollen?” Nu is er veel te zeggen over deze vrouwen, het moment van hun actie, en het zalven van een overledene, enz. Dat laat ik rusten. Maar die vraag…, die bleef hangen.

Twee gedachtes hierbij. Enerzijds zien we dat aan de ene kant van het graf Gods werk doorgaat. Het graf is leeg: opstanding! Anderzijds zien we dat buiten het graf er nog die verwarring is. Daartussen zit voor ons gevoel soms een gigantische steen: krijg je zelf niet weg. Maar, zo lezen we in het verdere van Markus 16 -en elders- God zélf zorgt ervoor dat de drie vrouwen stapje voor stapje tot ontdekking komen dat de Heere Jezus is opgestaan.

Enerzijds dus dat Gods werk doorgaat. Mijn eerste reflectie daarop was deze: gelukkig maar! Wat een droevig scenario zou het zijn geweest als God, om ‘5 voor 12’ toch van Zijn reddingsplan zou hebben afgezien. Welk drama zou zich dan hebben afgespeeld? Een donker en hopeloos wereldbeeld. Maar nee, gelukkig is er die God van trouw. Hij heeft uit liefde voor deze wereld die het niet verdiende, toch Zijn plan doorgezet. Hij heeft Joh. 3: 16 wáárgemaakt. Hij heeft zich niet laten afleiden door krachten en machten in deze wereld. Ook niet door de mensen om Hem heen, de weggelopen discipelen of deze 3 vrouwen. Hij had en heeft deze wereld gelukkig toch lief, wat een wonder.

Anderzijds sta ik -denkbeeldig- nog even met die drie vrouwen aan de andere kant van het (voor mij nog onzichtbaar) lege graf. Staat u er ook bij? Samen staan we daar, soms met een rugzak vol met verwarrende gedachten. Misschien is er ook bij ons een struikelblok dat al een eeuwigheid het echte zicht en geloof in Gods reddende werk in de weg staat. Of misschien is de steen wel weg, maar is er om ons heen een muurtje gekomen, en zijn we onszelf in de weg komen zitten. Samen staan we daar, misschien vervuld met verwarrende gedachten… ‘Waar is mijn hoop, mijn moed gebleven?’

Zo mooi dan om te lezen dat de Heere deze drie dames niet laat wachten. ‘Kom maar kijken, Hij is echt opgestaan’. Gods plan ging door. Gods plan gaat door. Ook voor deze drie.

Geldt die reddingsbelofte ook voor u en mij? Ik zou zeggen: denk even na over mogelijke struikelblokken en muurtjes in het eigen leven. En benoem het bij de Heere: ‘wilt U ze wegnemen? Dan mag u ontdekken dat de struikelblokken zullen wórden weggenomen -soms stap voor stap- en dat u het gaat zíen. Dé verrassing van Pasen.  Wanneer u dat zo doet, mag u vertrouwen op de belofte van Hebr. 11: 6: ‘Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken. Uw struikelblokken mogen de wegverharding worden om zonder verder struikelen tot de levende Heer te komen. Hij zelf is die weg geworden… Ga maar kijken.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 5 april 2020

Schuilen tijdens de Stille Week

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Ik denk dat de meesten van u de berichtgeving rond het corona-virus wel volgen: in krant, internet, TV. Je kan er eigenlijk ook niet omheen. De laatste berichten heeft u vast ook wel meegekregen. Dat een groot deel van de maatregelen nog tot eind april gelden, en dat we ook tot 1 juni nog vastzitten aan maatregelen.
De meesten van ons volgen die nieuwberichten steeds meer vanuit huis. Er zijn er inmiddels die aan huis gebonden zijn, soms nadrukkelijk geïsoleerd. Het huis wordt een kluis. Nu hoeft het thuis-zijn voor velen geen probleem te zijn, maar dat wordt soms anders als je wordt gevraagd om echt binnen te blijven. Ieder van u zal daar zo wel eigen ervaringen mee hebben, van oud tot jong.

Misschien mag het ons helpen om Psalm 91 erbij te pakken. Die psalm zien we de laatste weken vaker langskomen, ook binnen onze kerk. En dat is mooi en passend. Laten we nu even samen kijken naar het eerste vers. Voordat de psalmdichter verhaalt over de ellende die er is, de ziekte die rondwaart, begint hij met “Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.” Geweldig, hoe deze mooie dichterlijke psalm inzet bij het belijden van het vertrouwen in de Allerhoogste en Almachtige. Ik zeg het maar zo: een goed begin is het héle werk. Hoe geweldig moet dit hebben geklonken, daar in Jeruzalem, in de tempel?
Maar tegelijk…: hoe hoopvol zal dit hebben geklonken in tijden van ballingschap bijvoorbeeld? Wanneer je vanwege ballingschap op een heel andere manier de nabijheid van de Heere moest belijden en ervaren? Zal deze psalm niet huilend zijn gezongen ook, onder het gemis van de tempel?

Het is een hele sprong in de tijd, maar ook voor ons mag het eerste vers van Psalm 91 actueel zijn. Wanneer we niet fysiek met elkaar in de kerk kunnen zijn -sommigen van u hebben daar door omstandigheden al langer ervaring mee-, geldt deze belijdenis ook. We missen het om elkaar te zien, en in die ontmoetingen lief en leed te delen. We missen het om samen God de lof toe te zingen. We missen doordeweekse contacten, en ga zo maar verder. Alsof er een soort ‘ban’ ligt op onze contacten: minstens 1,5m, maar liever geen onnodige bezoeken.
En dan kan het stil worden, in ons huis. Nou ja, stil…? Er kan verwarring zijn. Er zijn gezinnen die het moeilijk hebben, en voor een aantal is het best spannend. Er kunnen zorgen zijn voor anderen, die we tijdelijk niet kunnen bereiken of helpen. Uiterlijk lijkt het stilgevallen, allemaal. Maar het kan ons hart beroeren. Ja, er wordt ook gehuild, achter onze voordeuren. Om eigen verdriet of om dat van anderen.

En dan is daar het eerste vers van Psalm 91. Twee dingen. Ten eerste valt het op dat het gaat om schuilen in de nacht. De nachten, waarin het gevaarlijk kon zijn. Gevaren rondom de psalmschrijver, rondom Israël, rondom de gelovigen. Waar ben je dan veilig? Juist in de nacht, in tijden van gevaar, mag je schuilen bij de Heere. En om het vertrouwen te versterken worden de woorden Almachtige en Allerhoogste gebruikt. Wees niet bang. Ten tweede kan u zich wel voorstellen dat we niet met een Allerhoogste te maken hebben die ons maar af en toe wil beschermen. U proeft de oproep denk ik wel om ons hele leven maar bij Hem te schuilen. Niet alleen ‘wanneer het ons uitkomt’, maar stééds. Want, nu gaat het om corona, maar er is zomaar gevaar en verdriet dat ons leven bedreigt, hoe verschillend het ook kan zijn.
Daarom dus: in het donkere moment, ook in ons huis mogen we steeds terugvallen op de beschermende hand van de Heere.

Wilt u deze week daar zelf nog over doordenken? Dan geef ik u een mooie uitdaging mee.
Kijk bijvoorbeeld de Psalmen nog maar eens op na op het woord ‘schuilen’ of ‘schuilplaats’, en hoe de psalmdichters daarover getuigen. Dat is indrukwekkend.

En weet u, met Pasen in het vooruitzicht moet ik dan aan onze Heere Jezus denken. Hij die zei ‘Kom tot Mij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven’. Met die woorden in gedachten mogen we naar het kruis lopen, en ja, misschien wel met onze rug tegen het kruis leunen en zo beseffen dat de Heere nabij is. Schuilen, in de schaduw van het kruis, van Hem die daar is verhoogd. Jezus heeft alles volbracht, om ons te laten schuilen. Ook in ons eigen huis. Schuilen, ook in het huilen. Onze Heere Jezus, de Allerhoogste, de Almachtige is nabij. Daar mag je stil van worden, in deze Stille Week.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 29 maart 2020

‘Mijn tijden zijn in Uw hand’. Nu en voor eeuwig!

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Eerst een opmerking vooraf. In dezer dagen ontdekken we hoe belangrijk ook de Nieuwsbrief kan zijn. De meesten die de Nieuwsbrief digitaal ontvangen zijn vanwege leeftijd en/of lichamelijke gebreken of ziekte aan huis gebonden. Met de Nieuwsbrief ben je steeds weer even op de hoogte van wat speelt, ben je betrokken op de dank- en voorbedepunten, en kan je de zondagse erediensten meebeleven.
Ondertussen is nu zowat de héle gemeente aangewezen op het ‘op afstand meebeleven’. Bovendien zijn zowat alle fysieke activiteiten van ons gemeenteleven stilgevallen.
Nu vraagt u zich misschien af waar ik naar toe wil. Welnu, de achterkant van deze Nieuwsbrief willen we voorlopig inruimen voor een Meditatie. Het zou mooi zijn dat deze Meditatie, ook doordeweeks nog, een eigen bijdrage mag zijn aan ons gemeenteleven: dat we in alle omstandigheden en met elkaar worden vastgehouden rond Gods Woord. Een Woord dat af en toe schuurt, maar ook volop spreekt van Zijn nabijheid, Zijn trouw en Zijn liefde.

Vandaag volgt dan zo’n eerste Meditatie.
In mijn leesrooster voor vandaag staat onder meer een gedeelte uit Psalm 37. Deze psalm vind ik sowieso al indrukwekkend, maar in deze verwarrende tijd des te meer. Dat zit zo:
Afgelopen zondag zongen we uit Psalm 31, met de woorden ‘Mijn tijden zijn in Uw hand’. Dat mag rust geven, ook in deze tijd.
Wanneer ik dan nu in Psalm 37 lees, dan komt de tijd ook in beeld. Maar nu komt ook de eeuwigheid aan de orde. Want, dat cyclische waar ik het zondag over had (n.a.v. Prediker 3: 1-15), dat loopt wel ergens op uit. Ik raak ervan onder de indruk dat het de Heere echt niet uit de hand loopt. Niet in de cyclus van dít bestaan, maar ook niet ‘tot in der eeuwigheid’. Nooit dus. Wat is Psalm 37 daarin toch krachtig. En daarmee wordt voor mij Gods troost ook krachtiger: Zijn troost is niet zomaar een doekje voor het bloeden, een pleistertje op de wonde. Want in Hem ontmoeten we de echte Arts, die nooit loslaat wat Zijn hand ooit begon. Hij is een Arts die blijft: hij levert zorg en nazorg. Hij houdt Zijn kinderen vast, in barre tijden, ook in tijden van eenzaamheid en verwarring. En zoals ik al schreef: het loopt ook ergens op uit. De Psalm 37 is daarin ook wat profetisch, want die eeuwigheid strekt zich uit tot in een toekomst die we niet kunnen overzien. Tot in het Vaderhuis, waar geen tranen meer zijn, geen verwarring, geen ziekte. Maar tegelijk laat deze Psalm 37 ook zien, dat de Heere ook nú al de nabije is, in de moeilijkheden die daar geschetst worden, hoe benauwd het ook wordt. Alles wat er vandaag aan de hand is, ontgaat Hem niet. We mogen en moeten dat concreet aan Hem voorleggen. Bidden dus. Dankend ook, voor de beloften die Hij geeft.

Ook Psalm 37 hoort bij de juweeltjes van ons Psalmboek. Er is zowel aandacht voor de mens en diens kwetsbaarheid, lek en gebrek. Maar ook voor die machtige God, Die het niet uit de hand loopt. Nu niet, nooit niet.
Ik zou u maar willen uitnodigen: léés Psalm 37, proef vers voor vers hoe God is -nu en in eeuwigheid-. Maar merk ook op dat God er een bedoeling mee heeft. En dat mag zeker ook in deze tijd gezegd worden: Hij zoekt ons op, en wil een relatie met ons. Dat voelt voor ons misschien niet altijd makkelijk, want je ontdekt hier ook dat de Heere ons aanspreekt op ons gedrag, in doen en laten, in spreken en zwijgen. Mag deze tijd benut worden om daar nog eens bij stil te staan? Doe dat, en wees maar onder de indruk van de grote heilzame beloften waar deze Psalm vol van staat.