Seizoensthema

Onze predikant

foto_proponent_Theo_Overbeeke

Op dit moment heeft onze gemeente geen eigen predikant. Proponent. T. Overbeeke uit Gouda heeft het beroep naar Reeuwijk aangenomen. De bevestiging en intrede zou op 19 april 2020 plaatsvinden. Door de coronacrisis is dit echter niet mogelijk, een nieuwe datum volgt zodra de maatregelen zijn opgeheven dan wel versoepeld.

Wilt u met hem in contact komen? Dat kan dat via:

Telefoon: 0182-701024

E-mail: predikant@hervormdreeuwijk.nl

 

Meditaties

De bedoeling is dat, zolang de coronamaatregelen van kracht zijn, er een meditatie op de nieuwsbrief komt. Deze meditatie willen we wekelijks onder dit kopje voor iedereen zichtbaar maken.
(Toegang tot de nieuwsbrief kunt u aanvragen via website@hervormdreeuwijk.nl)

Meditatie nieuwsbrief donderdag 21 en zondag 24 mei 2020

Tussen Hemelvaart en Pinksteren: actief (ver)wachten.

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Wanneer u dit leest, is het misschien Hemelvaartsdag, of de dagen daarna. We gaan even terug naar de discipelen rond diezelfde tijd. Die dagen na Hemelvaart hadden voor hen iets onwezenlijks nog. Jezus’ hemelvaart is achter de rug, maar Pinksteren was nog niet geweest. De zondag daartussen noemen wij vaak de ‘wezenzondag’. Inmiddels zijn ze er door Jezus nogmaals op gewezen wat Hemelvaart werkelijk inhoudt: Kroningsdag dus. Tijdens de preek op Hemelvaartsdag probeer ik dat ook weer te geven: dat Jezus alle macht heeft, op hemel en op aarde, en dat Hij als mens bekend was en is met al onze moeiten en schuld. Zijn reddingswerk in lijden, sterven, opstaan en troonsbestijging horen bij elkaar. En dan breekt nu een tijd aan van wachten.

Maar, zouden ze zich ondertussen echt verweesd voelen? Als ik de laatste verzen van het Evangelie volgens Lucas lees, dan valt dat wel mee. Want, ‘zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. En zij waren voortdurend in de tempel, terwijl ze God loofden en dankten’. En het daarop aansluitende verslag in Handelingen 1 vertelt in vers 14, dat ze ‘eensgezind bleven volharden in bidden en smeken, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers’.

Natuurlijk is het mogelijk dat ze bij elkaar bleven, uit zorg en angst voor de joden. Maar ze hadden lovend, dankend, biddend en smekend hun hoop gevestigd op Jezus. Jezus was wel aan hun oog onttrokken, maar niet uit het hart verdwenen. Daarin waren ze zelfs eensgezind. En, als ze echt bang waren voor represailles, zouden ze dan in de tempel zijn gekomen? Lijkt me niet. Nee, ze waren in Jeruzalem gebleven, vooral om te wachten op de belofte van de Heilige Geest. Ze hebben gehoord dat ze van die Geest kracht kunnen verwachten, om te leven als getuige van Christus. Vanuit Jeruzalem, trouwens. Stad van David, waar het evangelie met middelpuntvliedende kracht de wereld in zal gaan.

De discipelen hebben een tijd achter zich van onzekerheid en van verwarring rond Christus’ opstanding. Maar Jezus heeft hen ‘meegenomen’, door de Schrift heen om hen aan te tonen dat Zijn komen, zijn lijden, sterven en opstanding zo heeft moeten zijn. Gaandeweg kregen de discipelen rust en vrede. En, alhoewel het hoe en wanneer van Gods belofte nog niet duidelijk was, hielden ze vol. Verlangend, verwachtend, en vol goede moed.

Mooi als ook wij zo’n gelovig, vertrouwend verlangen hebben naar Gods belofte. Hier gaat het dan om de komst van Gods Geest, hoe Hij zelf nabij komt in kracht, in troost en wat een mens maar nodig heeft om te leven naar Zijn wil.

Je zou het een verlangen naar ‘Pinksteren in ons leven’ kunnen noemen. En dat heeft alles te maken met Gods aanwezigheid en werking in ons leven. Want Zijn Geest hebben we dan nodig: persoonlijk, als deel van de gemeente (let even op die eensgezindheid bij de discipelen), en onze plek in deze soms lastige maatschappij. Dat is heel wat, niet? Om dan niet opnieuw in de war te raken werd ik onwillekeurig getrokken naar onze Psalm 27.

Psalm 27 is een getuigende psalm, eerlijk ook. Het stukje verlatenheid kan je er in proeven. In die zin past psalm 27 ook wel bij Hemelvaart. Maar de Heere van deze Psalm stelt niet teleur! Want de Heere is sterk. Ja, dat zegt Jezus zelf ook, in het laatste verzen van Mattheus 28: Hij heeft alle macht op hemel en op aarde. En, Hij belooft er bij te zijn, tot aan de voleinding van de wereld! Psalm 27 eindigt ook met zo’n geweldige belofte. Het lijkt een beetje op ‘wacht maar af, je zult wel zien’. Maar het is meer dan dat. Het is enerzijds een belofte, en anderzijds ook een oproep om niet passief af te wachten. Maar net als de discipelen dat héél actief te doen: actief (ver)wachten. Zullen we dat samen doen? Met en voor elkaar? Eensgezind, lovend, dankend, biddend en smekend onze hoop en verwachting vestigen op Jezus. Ja, en dan mogen we zó weer vooruit kijken naar Pinksteren.

Meditatie nieuwsbrief zondag 17 mei 2020

Straks Hemelvaart, echt een Kroningsdag!

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Over een paar dagen is het Hemelvaart.

Ik schreef in een vorige meditatie rond Bevrijdingsdag hoe mijn opa Hemelvaart beleefde, die week nu 75 jaar terug. In zijn dagboek vond ik: “want al is hetgeen we deze dagen beleven dan ook van geweldige betekenis, verre daar bovenuit steekt dan toch den Hemelvaart van onze Heere en Koning in den Hemelen om van daaruit zijn Kerk te leiden en regeeren. Dit blijft dan vooral in deze tijden een troostrijke gedachte dat Hij zijn kerk leidt in alle Waarheid en dat niets de Zijnen kan overkomen zonder Zijnen Wil. Vooral in deze tijden hebben we ons daaraan vast te klemmen.

Het is nu 75 jaar later, en die woorden blijven bij mij nog wel even hangen…onze ‘Heere en Koning in den Hemelen’. Ik realiseer me dat voor mij Hemelvaartsdag niet altijd die waarde kreeg die zo’n Kroningsdag had verdiend. Misschien komt het wel omdat ik vaak vooral uitkeek naar vrije dagen, een lang weekend, even niks. Genieten. En ja, kennen we die behoefte niet allemaal? Maar toch moet ik een stukje zelfkritiek ondergaan. Want, mag het verlossingswerk van Christus, en de kroon op Zijn werk -door de Troonsbestijging- niet wat meer lof en dank van ons krijgen? Want, het is tenslotte een echte Bevrijdingsdag, een duur betaalde nota bene. Ik hoop daar in de dienst op Hemelvaart verder bij stil te staan. Hier beperk ik het tot een paar belangrijke bijbelteksten die ons in de goede richting wijzen. Wat ik met deze meditatie graag zou willen, is dat we ons samen in de komende dagen voorbereiden op het feestelijke van Hemelvaartsdag, en onder de indruk raken van wat die dag voor ons betekenen mag.

Zo wijs ik dan eerst op enkele woorden uit Romeinen 8:34: “Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.” Kijk, daar hebben we de brug van Pasen naar Hemelvaart. Dus, waar is Jezus dan nu? Aan de rechterhand van God. Om de pleiten, voor ons. Daar was Pasen voor nodig. Je zou het zo kunnen zeggen, dat Jezus in dat pleiten steeds weer het gevloeide bloed en Zijn eigen verbroken lichaam toont aan de Vader: de straf is gedragen. En daarom kunnen mensen nu vrijgesproken worden, en dat gebeurt vanaf de troon; de troon van genade, noemen we dat naar Hebreeën 4:16. Zó belangrijk is de troon van genade: daar moeten we zijn voor vrijspraak en hulp. Dáár moeten we zijn met onze gebeden om nieuw leven, een nieuwe start.

Natuurlijk mag de vraag gesteld worden of het ook voor u en mij is. Hebreeën 4 geeft in de verzen 14 en 15 een duidelijk antwoord, leest u het maar na. Het is een echo van wat in de Hebreeënbrief hoofdstuk 9: 24-26 ook klinkt, want Christus besteeg die troon, “om nu voor het aangezicht van God te verschijnen voor ons”. Voor ons dus, zegt de schrijver. Dankbaar mogen wij daar nu bij aansluiten. Dat kan je toch niet aan je voorbij laten gaan…?

Een ding geloof ik vast, wanneer ik de kernwaarde van Hemelvaart serieus neem en geloof. En dat is dat Jezus Christus nu op de troon van genade zit, om bij de Vader voor ons te pleiten. En duidelijker dan in Romeinen 8 vanaf vers 37 kan het dan niet klinken: “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.”

Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.“ Zó is de Heere dus. In liefde wil Hij voor ons pleiten en doet dat ook. Ik vraag u om dat vanuit deze teksten eens diep te proeven: dat Hij echt in liefde voor ons pleit. Dat gegeven, dat geloof laat mij niet onberoerd.

Hemelvaart is voor mij niet meer zomaar een mooi begin van een lang vrij weekend. Het is de herinnering geworden aan het geloof dat Christus alle macht heeft, en dat Hij in Zijn liefde Zijn kinderen nooit loslaat. Dat geeft rust, en ik denk dat er meerderen onder ons zijn die ook die rust nodig hebben. Want wat kunnen we soms in de war zijn, heen en weer geslingerd door eigen (kop)zorgen. En dan mogen we nota bene, zo klein en zondig als we zijn bovendien “naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip” (Hebr. 4:16). De weg is vrijgemaakt, ziet u dat? Want de Heere Jezus is ons daarin voorgegaan.

Misschien mag deze Hemelvaart voor u weer zo’n startmoment van erkenning en geloofsbelijden zijn.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 10 mei 2020

Gods Woord….een licht op ons pad in een verwarrende tijd

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Als je dit titeltje leest dan denkt u misschien ook wel aan Psalm 119. Terecht natuurlijk. Zoek maar op. Maar misschien denkt u dan nog niet gelijk aan het Bijbelgedeelte waar ik nu op doel. En dat is dan wat Lucas ons wil meegeven in Lucas 24 over de Emmaüsgangers. Zondagmorgen komt deze geschiedenis aan de orde. Mooi, zo na de Opstanding van Jezus, en voor Hemelvaart. Maar ook mooi omdat opnieuw de verwardheid aan de orde komt. Discipelen zijn verward en vragen zich af hoe het nu eigenlijk zit. Dat is ook in deze tijd actueel. Enerzijds vanwege het coronavirus. Maar ook omdat ik merk dat diverse gemeenteleden ook met vragen zitten die ze al langer hadden. Soms zijn die vragen gekomen door grote moeilijkheden in hun levenspad. Zo begrijpelijk dat je dan de vraag kan hebben….’ Waar bent u dan, Heere? Ik heb u zo nodig!’

En zo zie ik die 2 vrienden, die volgelingen van de Heere op pad gaan. Uit het Bijbelgedeelte is heel veel te halen. Om de preek wat makkelijker te kunnen volgen geef ik alvast mee wat ik er aan lessen uithaal: 1) Heb contact met elkaar, in tijden van verwarring, 2) Zoek goede gesprekspartners, 3) Doe het zeker als je hoop bijna op is. Ook bij klein-geloof, 4) Stel de vragen waar je mee zit!, 5) Accepteer de terechtwijzing, 6) Wees leergierig over Gods Woord!, 7) Wees gastvrij, 8) Hou het goede nieuws niet voor jezelf.
Dat zijn wat mij betreft pas lessen als we inzien dat het de Heere is die Zijn zegen erover wil geven. Want, sinds Pinksteren weten we overduidelijk hoe de Heere zich laat zien. Enerzijds als almachtige op de hemelse troon van genade, maar in Zijn Geest actief en aanwezig tussen ons. Ik vind het wel mooi hoe Elly en Rikkert (en ook bezongen door de Goudse Elise Mannah) dit weten te verwoorden in hun liederen over de Emmaüsgangers. God werkt door Zijn Geest, en gebruik ook mensen in Zijn dienst.

Het punt dat vandaag mijn aandacht trekt is dit: dat Lucas laat zien dat het gebrek aan Bijbelkennis eigenlijk de oorzaak is van alle verwardheid. Vandaar die 6de les uit het rijtje. Als je het begin van Lucas 1 leest, ontdek je hoe belangrijk Lucas het vindt om nauwkeurig uit te pluizen hoe het nu zit. Dat geeft zekerheid over waar het echt om gaat in het leven. En dan bedoelt Lucas een leven met de Heere. En zekerheid is het tegenovergestelde van verwardheid. Lucas is dokter. Hij weet maar al te goed dat een goede diagnose belangrijk is. Een dokter stelt vragen, en vraagt door. En daarom denk ik dat Lucas het zo belangrijk vindt om ons te laten zien dat Jezus zijn voorbeeld is. Jezus wijst ons allemaal terecht, als we vergeten zouden zijn waar we moeten zijn als we zekerheid moeten hebben. En dan komen we bij Lucas 24:27. Jezus “begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.” Let even goed op. Er was toen nog helemaal geen Nieuw Testament zoals wij het nu kennen. Wel het enige testament, dat wij nu het ‘Oude’ Testament noemen. Zeg maar het ‘eerste testament’. Jezus laat er geen misverstand over bestaan, dat Zijn leven, sterven en opstanding het verlossingswerk is waarover het altijd al over ging. Dat is belangrijk, zeker wanneer sommigen denken dat de profeten een ander messiaswerk voor ogen zouden hebben gehad. Jezus, de Drie-enige God wijst ons erop dat het steeds over Hem gaat. Laten we het Oude Testament zo dus ook lezen. Het gaat over God, die in Zijn genade en trouw verlossing bracht in de Heere Jezus. Ook voor ons. En dat het je rust mag geven wanneer je dat ontdekkenderwijs gaat lezen in de bijbel. Lucas ging ons voor. De Emmaüsgangers ook.
En nu wij…Ook wij krijgen de opdracht van Lucas 24 mee, om de Bijbel te onderzoeken, van A tot Z, van alpha tot omega, over Hem die zegt dat Hij die Alpha en Omega is. Van begin tot eind. Dan kom je de Heere tegen. Het is die Heere die in tijden van verwardheid de aandacht vraagt, ja misschien wel…opeist. Zonder een goed zicht op Hem zal er veel verwarring blijven. Dan is er geen ‘licht op je pad’. Ik moet denken aan de woorden van Hosea die in hoofdstuk 4 zegt: ‘Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is. Omdat ú de kennis verworpen hebt, heb Ik u verworpen om als priester voor Mij te dienen. Omdat u de wet van uw God hebt vergeten, zal Ik ook uw kinderen vergeten.’ Dat klinkt heftig, niet? Gelukkig kan het anders. Want wanneer je gaat speuren en ontdekken, wanneer je leergierig wordt naar wie de Heere is, dan kom je niet bedrogen uit. Zelfs als je geloof aangevochten is, en als al je hoop misschien verdampt is. Zo was het ook met die Emmaüsgangers, want op dat moment waren het echt geen geloofshelden. De Heere kwam er bij. Zelfs bij hen. En gaandeweg smolt hun verwardheid weg. Verlang je daar ook naar? Ga dan op ontdekkingstocht! Vind je lezen moeilijk, heb je last met concentreren? Doe het samen. We hebben -zelfs tijdens coronatijd- zoveel mogelijkheden. Heb je er hulp bij nodig? Vraag ernaar, want net als die twee Emmaüsgangers is het mooi als je samen onderweg bent -nog wel die 1,5m he?-, samen van gedachten wisselt, en samen ontdekt hoe de Heere zekerheid biedt.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 3 mei 2020

Verlangen naar bevrijding

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

In deze dagen staan we stil bij de bevrijding van de onderdrukking van de Tweede Wereldoorlog, nu 75 jaar geleden. Een verheugend moment, herinneringen aan bevrijding. Daar hoort ook bij dat we beseffen dat die bevrijding duur betaald is. Dagen als 4 en 5 mei hebben en houden daarom hun waarde.

Ik werd er op een andere manier weer bij bepaald. Mijn eigen moeder, toen een jonge vrouw, zat in die tijd als geëvacueerde -dus vluchteling- in Friesland op een zolder. Samen met 5 anderen van hun gezin. In de herfst van 1944 hebben ze hun thuis in Oosterbeek moeten verlaten en via lange (wandel)tochten zijn ze in Friesland opgevangen. Het had wel iets van quarantaine. Het gezin was verspreid geraakt over 4 adressen in Nederland. Deels ook in onderduik. Weinig onderling contact. Geen (video)bellen, geen email of Whatsapp, nauwelijks brieven. Onzekerheid en gemis. Een moeilijke tijd.
Ik heb daarvan kunnen lezen in het oorlogsdagboek van mijn opa. Ik werd geraakt door wat hij schreef. De eerste regel van dit deel van het dagboek -op dat moment zijn ze vluchtend onderweg- begint met het gemis van de kerkgang. Juist wanneer God zo nodig is ontdekt opa: “ ’t is wel de groote zonde van dezen tijd dat God niet wordt erkend in het dagelijksche leven en men dus feitelijk leeft zonder God.” Even later, vanaf hun tijdelijk Friese vluchtadres: “Zij onze hoop en verwachting echter maar steeds op Hem […]”. Daarmee hoopte hij op het einde van de oorlog. En dan, een tijd later, eind april 1945: “Dag van jubel, dag van feest, want deze dag kwamen we (in IJlst) van onder het Duitsche juk.” Terwijl de bevrijding op handen is, stelt hij zich dan die vraag: “Wat zal er nu van ons volk worden? Zullen we nu geleerd hebben te vragen naar de enige Weg die waarlijk kan leiden tot waarachtig Volksgeluk?” Rond Bevrijdingsdag blijkt hij te druk om in het dagboek te schrijven. Maar in de week die daarop volgt is het Hemelvaartdag: opa beseft dat dit de kroningsdag is, en schrijft: “want al is hetgeen we deze dagen beleven dan ook van geweldige betekenis, verre daar bovenuit steekt dan toch den Hemelvaart van onze Heere en Koning in den Hemelen om van daaruit zijn Kerk te leiden en regeeren. Dit blijft dan vooral in deze tijden een troostrijke gedachte dat Hij zijn kerk leidt in alle Waarheid en dat niets de Zijnen kan overkomen zonder Zijnen Wil. Vooral in deze tijden hebben we ons daaraan vast te klemmen.

Wat moeten onze grootouders en ouders geworsteld hebben in die lange oorlogsjaren van onderdrukking en terreur. Wat moet er bij velen een verlangen zijn geweest naar bevrijding, en een ‘terug naar huis’. En naar elkaar, in de kerk. Laten we daarbij ook een moment stil zijn voor die slachtoffers van het terreur die bevrijding niet meemaakten. Laten we ook beseffen dat het gemis vele families een leven lang pijn heeft gedaan. Bevrijding en vrijheid is duur betaald.

Nu durf ik bijna niet de stap te maken naar onze corona crisis. Toch anders. Een onooglijk virus dat ziek maakt, soms ongeneeslijk ook. Ook nu zijn mensen van elkaar gescheiden door quarantaine-maatregelen en kunnen we niet naar de kerk. U voelt wel aan dat vergelijken hier wat vreemd is. Maar het hoeft ook niet.
Wat wel mag en ook wel moet, is ons geloof in de opgestane Christus vasthouden. Voor mij helpen zulke vragen als die van mijn opa, 75 jaar geleden. Leren wij ook te vragen naar de Heere Jezus, als enige Weg en dat de Heere ons genadig wil zegenen? En, met Hemelvaart 2020 in het vooruitzicht: willen we beseffen en (toe)vertrouwen dat de Heere Zijn kerk in stand houdt, en dat niets buiten Zijn Wil omgaat?

Ik moet denken aan de manier waarop God door alle moeite heen trouw bleef aan Zijn eigen volk Israël, En Israël vanuit de quarantaine van Egypte leidde naar het land van verlossing, de vrijheid tegemoet. Dan lees ik die belofte in Deut. 8:31: “De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.” Leg daarnaast wat Paulus ons voorhoudt in het slot van Romeinen 8. Lees het hoofdstuk misschien zelf een paar keer. Bemoedigend en troostend hoe kwetsbare mensen hierin door Gods Geest kracht ontvangen om door te gaan. En dan de kroon van het hoofdstuk in verzen 37-39: “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen [dus ook geen corona], noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.

Laten we die God van trouw dankbaar loven en prijzen voor Zijn bevrijding, ernaar verlangen en het dáár met elkaar over hebben.
Zeker deze week…

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 26 april 2020

In het donker wordt het licht

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Schapen. Ik kan er met verbazing naar kijken. Of het nu schapen in een wei zijn, of onderweg met de herder op de heide. Iedere keer valt me op dat ze -voor mijn idee toch- doelloos en kwetsbaar zijn, schaapachtig dus. Bijzonder dat de Heere juist het beeld van schapen gebruikt om ons iets duidelijk te maken over onszelf. Over wie en hoe we zijn. OK, niet altijd prettig, maar wel eerlijk want de Heere heeft ons ten slotte gemaakt. Hij kent ons het beste. Naast onze talenten ziet Hij ook onze beperkingen.
Zo gebruikt de Heere ook het beeld van de herder, die nodig is om die schapen te leiden. En in de Heere Jezus zien we beide terugkomen: Hij is voor onze zonden gestorven -het lam dat geslacht werd-, maar is opgestaan uit de dood en nu Herder over ons. Het is veel beeldtaal in de bijbel, en voor velen van ons is dat aansprekend.

Dat schaap, vaak doelloos en kwetsbaar, dat zijn wij. Met Psalm 23 zie ik het voor me. De schapen zijn onderweg. Ze weten misschien wel -onbewust- wat ze willen (alhoewel…is dat wel het goede?), maar de weg daar naartoe? De herder is gelukkig dichtbij. Die herder is de Heere. Hij weet de weg: ook die van u en mij – in enkelvoud staat het er. En dan is daar het donker dal: “Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij”. Een eerlijk en realistisch beeld. Want het schapenleven is niet altijd idyllisch, maar is soms hard en verward. Ik denk dat het ook voor deze tijd geldt. Die is in zekere zin ook donker, ondanks het mooie voorjaarsweer (en laten we daar toch heerlijk van genieten). En ik denk dat ik daarmee niet alleen mensen bedoel die pessimistisch aangelegd zijn. Ook optimisten moeten erkennen dat onze toekomst eigenlijk niet echt maakbaar is. We zijn nu eenmaal kwetsbaar, en het coronavirus bepaalt ons daarbij. Welke controle hebben we eigenlijk maar? Dat werd mij nog een keer duidelijk toen ik laatst Psalm 49 las, met daarin: 13Nee, een mens, hoe rijk ook, ontkomt niet aan het duister, hij is als een dier dat wordt afgemaakt. “14Dit is het lot van wie op zichzelf vertrouwen, zo vergaat het wie zichzelf graag horen: 15als schapen verblijven zij in het dodenrijk, en de dood is hun herder”. Zo vergaat het dus de schapen die het op eigen houtje willen redden. En als ik dan naar de wereld om me heen kijk, dan ben ik niet verbaasd. Een beetje ‘het recht van de sterkste’, niet? Wie kijkt er dan nog naar die ander om? Nu, en straks als ‘corona’ voorbij is?
Tegelijk ben ik opnieuw verwonderd over onze God die ons helpt met het beeld van de schapen en de herder, en hoe daarin ook zijn liefde en ontferming duidelijk maakt. Kijk maar eens hoe God door zijn profeten zich van zijn genadige kant laat zien. Ezechiël 34 bijvoorbeeld: “12Zoals een herder op zoek gaat naar zijn kudde op de dag dat hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik op zoek gaan naar Mijn schapen. Ik zal ze redden uit alle plaatsen waarheen ze verspreid zijn op de dag van wolken en donkerheid”. Zo mooi ook, die echo van dit gedeelte in Johannes 10.

Verder valt het me op dat het beeld van schapen ook altijd samengaat met de gedachte van een kudde. Van één kudde, die één is. Ook verspreid in coronatijd horen we bij elkaar. Dat is een heel belangrijk aspect. Samen hebben wij er belang bij dat het ook die ander goed gaat; die ander die bij ons hoort. Om samen te leven onder de leiding en bescherming de ‘stok en zijn staf’ van de Heere. Als een ander donker ervaart, en jij het licht: dan heb jij een mooie taak in Christus’ kudde. We zijn er om elkaar te dienen. Het volgen en dienen van God, en het dienen van de naaste horen zó bij elkaar. Mooi om met elkaar in gesprek te gaan over donkere en lichte tijden. En over de Heere die als herder nabij is. Gewoon dóen: dan dien je de éénheid van de kudde.

Ik leer hier weer van om niet te schrikken als het donker is of wordt, of als de toekomst niet duidelijk is. Want, wat die toekomst ook brenge moge, laten we steeds blijven vertrouwen op die God, die ons –samen met zijn volk Israël- wil zoeken, leiden vasthouden, beschermen. Laten we daar in dezer dagen ook vooral dankbaar voor zijn. Dan mag het licht worden, ook in het donker dal. En in dat licht kan je zelf ook licht worden: namelijk een getuige van Christus, onze herder en leider. Hem zij de lof en de dank.

 

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 19 april 2020

Pantoffelheld

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Tja, het zou afgelopen dinsdag een drukke en rommelige dag worden. Hindert niet, gewoon beginnen. En zo ging ik eerst boodschappen doen voor m’n moeder. In de auto had ik al een vreemd gevoel. Er was iets mis. Maar wat? Eenmaal in de winkel werd het duidelijk, toen ik even stond te peinzen, zo van ‘ben ik niks vergeten?’. Naar de grond starend zag ik het…ik had m’n sloffen nog aan. Geen haan die er naar kraaide, gelukkig.

Maar ineens herinnerde ik me die preek over Petrus: ja, die wilde ik graag voor zondag herbewerken. Wat het voorgaande met Petrus te maken heeft, dat wordt nog wel duidelijk.

Ondertussen bedacht ik me trouwens dat Petrus en z’n vrienden toch ook even dat quarantaine-gevoel moeten hebben gehad. Jezus is weliswaar opgestaan, maar de sfeer is nog niet echt uitbundig. Ze zitten veel binnen. Wat hield ze bezig? Schaamte omdat ze hun Heere in de steek hadden gelaten? Als je het begin van Johannes 21 leest, dan vermoed je bovendien dat brood op de plank nodig hebben. “Laten we gaan vissen”, stelt Petrus voor. Maar misschien speelt ook mee dat Petrus z’n schaamte wil vergeten door weer aan het werk te gaan. Weet u nog, van die haan die kraaide? Petrus, met z’n grote woorden, hij had zijn Heere in de steek gelaten. Petrus moet het lastig hebben gehad. Hoe moet het nu verder? Als de Heere echt is opgestaan, hoe kom je dan in het reine met Hem en jezelf? En dan is daar het moment wat we kunnen lezen in Johannes 21: 15-17. Spannend! Lees die verzen eens rustig door, laat het even bezinken. Haal je de 3 verloocheningen voor de geest. Er was die haan die kraaide. Maar bij Jezus is het niet zomaar ‘zand erover’. Nee, het voelt alsof de haan nog een keer kraait… Of is het dit keer anders?

De Heere opent zelf het gesprek. Bijzonder: in 3 vragen. Confronterend, niet? De Heere legt de waarheid bloot. Dat doet zeer. Maar ook valt op dat de Heere niet veroordeelt, maar bevraagt. Daarin kan je al iets ontdekken van Zijn liefde voor Petrus…toch een nieuwe kans?

Hoe moet Petrus nu reageren? Verontschuldigen wat hij fout deed? De vraag ontwijken? Etc. Maar nee, toch het antwoord zoals we Petrus kennen: Ja, Heere, U weet dat ik van u houd. Een liefdesverklaring. Sterker nog: ‘Heere, u weet alle dingen, U weet dat ik van u houd’. Denk maar eens aan dat mooie kinderliedje: ‘God kent mij, vanaf het begin. Helemaal van buiten, en van binnenin’.
Petrus wordt op de knieën gebracht. En van daaruit zal hij -die eerst Simon heette- opnieuw de rots worden waar de Heere echt wat mee kan. Petrus –rots- zal zijn naam met ere dragen, wát een opstandingsmoment voor Petrus. Nieuw leven.

Pasen is geweest. Ook voor u en jou? Laat je maar confronteren met het Evangelie van de opstanding. Misschien hebben wij ook wel grote geloofswoorden, maar laten we vaak de Heere links liggen. Dan zijn we een soort ‘pantoffelheld’.
Een soort huiselijke pantoffel-les dus, thuisonderwijs: God moet het niet van onze grote woorden hebben. Alleen Hij geeft wat we nodig hebben om Zijn volgeling te zijn. De Heere maakt liefdevol duidelijk dat Hij geeft om u en jou, gelukkig maar. Waar je ook bent: meer aan huis gebonden misschien. Genoeg tijd om vaak sloffen aan te hebben en het gesprek met de Heere aan te gaan. Ik doe mee, want heb dat gesprek allemaal hard nodig.

(Oh ja: vergeet niet om de sloffen af en toe uit te doen, want er is ook een tijd van werken en van wandelen en zo)

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 12 april 2020

Van struikelblok tot wegverharding

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Vorige keer schreef ik dat het in déze Stille Week vanwege corona misschien helemaal niet zo rustig is. Er kan ons van alles bezighouden in deze tijd. Ik stel mij zo voor dat dit ook gold voor de geliefden om Jezus heen. De weg van lijden en sterven, wat gaf het veel verwarring. Die verwarring lezen we ook terug in de Evangeliën.

Het zal geen verrassing zijn dat het hele gebeuren van Pasen ook nu nog veel verwarring geeft. Mensen zonder geloofsachtergrond hebben geen idee wat er heeft gespeeld en wat lijden, sterven en opstanding van Jezus betekenen. Want, één mens, in een zowat ‘onooglijk’ moment ergens 2000 jaar geleden. Wat kun je daarvan verwachten? Lastig dan, wanneer je geen idee hebt van wat de bijbel erover zegt. Nou ja -tussen haakjes- we raken wel onder de indruk van een letterlijk onooglijk virus dat de hele wereld op stelten zet en verwart, dat mag best tot denken zetten…

Ik denk verder dat ook mensen binnen de kerk Pasen soms lastig vinden. Het blijft ook zó wonderlijk en soms moeilijk. Zó onvoorstelbaar wat we lezen in het bekende Joh 3:16. Dan kan zomaar de vraag klinken ‘maar, als dat nu allemaal waar is, is dat dan óók voor mij gebeurd?’ Alsof er een steen op onze geloofsweg is gerold, een struikelblok.

En met deze inleidende gedachten kom ik op de ervaringen van die drie vrouwen die met Jezus een tijd waren opgetrokken. En dan is er iets wat mij bij Markus 16 vers 1-3 opvalt. We lezen daar dat ​Maria​ Magdalena, ​Maria, de moeder van Jakobus, en Salomé specerijen hadden gekocht om het lichaam van Jezus te gaan ​zalven. Na de Sabbat gaan ze op weg. Mij gaat het dan nu vooral om die vraag die ze zichzelf stellen: Wie zal voor ons de steen van de ingang van het ​graf​ wegrollen?” Nu is er veel te zeggen over deze vrouwen, het moment van hun actie, en het zalven van een overledene, enz. Dat laat ik rusten. Maar die vraag…, die bleef hangen.

Twee gedachtes hierbij. Enerzijds zien we dat aan de ene kant van het graf Gods werk doorgaat. Het graf is leeg: opstanding! Anderzijds zien we dat buiten het graf er nog die verwarring is. Daartussen zit voor ons gevoel soms een gigantische steen: krijg je zelf niet weg. Maar, zo lezen we in het verdere van Markus 16 -en elders- God zélf zorgt ervoor dat de drie vrouwen stapje voor stapje tot ontdekking komen dat de Heere Jezus is opgestaan.

Enerzijds dus dat Gods werk doorgaat. Mijn eerste reflectie daarop was deze: gelukkig maar! Wat een droevig scenario zou het zijn geweest als God, om ‘5 voor 12’ toch van Zijn reddingsplan zou hebben afgezien. Welk drama zou zich dan hebben afgespeeld? Een donker en hopeloos wereldbeeld. Maar nee, gelukkig is er die God van trouw. Hij heeft uit liefde voor deze wereld die het niet verdiende, toch Zijn plan doorgezet. Hij heeft Joh. 3: 16 wáárgemaakt. Hij heeft zich niet laten afleiden door krachten en machten in deze wereld. Ook niet door de mensen om Hem heen, de weggelopen discipelen of deze 3 vrouwen. Hij had en heeft deze wereld gelukkig toch lief, wat een wonder.

Anderzijds sta ik -denkbeeldig- nog even met die drie vrouwen aan de andere kant van het (voor mij nog onzichtbaar) lege graf. Staat u er ook bij? Samen staan we daar, soms met een rugzak vol met verwarrende gedachten. Misschien is er ook bij ons een struikelblok dat al een eeuwigheid het echte zicht en geloof in Gods reddende werk in de weg staat. Of misschien is de steen wel weg, maar is er om ons heen een muurtje gekomen, en zijn we onszelf in de weg komen zitten. Samen staan we daar, misschien vervuld met verwarrende gedachten… ‘Waar is mijn hoop, mijn moed gebleven?’

Zo mooi dan om te lezen dat de Heere deze drie dames niet laat wachten. ‘Kom maar kijken, Hij is echt opgestaan’. Gods plan ging door. Gods plan gaat door. Ook voor deze drie.

Geldt die reddingsbelofte ook voor u en mij? Ik zou zeggen: denk even na over mogelijke struikelblokken en muurtjes in het eigen leven. En benoem het bij de Heere: ‘wilt U ze wegnemen? Dan mag u ontdekken dat de struikelblokken zullen wórden weggenomen -soms stap voor stap- en dat u het gaat zíen. Dé verrassing van Pasen.  Wanneer u dat zo doet, mag u vertrouwen op de belofte van Hebr. 11: 6: ‘Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken. Uw struikelblokken mogen de wegverharding worden om zonder verder struikelen tot de levende Heer te komen. Hij zelf is die weg geworden… Ga maar kijken.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 5 april 2020

Schuilen tijdens de Stille Week

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Ik denk dat de meesten van u de berichtgeving rond het corona-virus wel volgen: in krant, internet, TV. Je kan er eigenlijk ook niet omheen. De laatste berichten heeft u vast ook wel meegekregen. Dat een groot deel van de maatregelen nog tot eind april gelden, en dat we ook tot 1 juni nog vastzitten aan maatregelen.
De meesten van ons volgen die nieuwberichten steeds meer vanuit huis. Er zijn er inmiddels die aan huis gebonden zijn, soms nadrukkelijk geïsoleerd. Het huis wordt een kluis. Nu hoeft het thuis-zijn voor velen geen probleem te zijn, maar dat wordt soms anders als je wordt gevraagd om echt binnen te blijven. Ieder van u zal daar zo wel eigen ervaringen mee hebben, van oud tot jong.

Misschien mag het ons helpen om Psalm 91 erbij te pakken. Die psalm zien we de laatste weken vaker langskomen, ook binnen onze kerk. En dat is mooi en passend. Laten we nu even samen kijken naar het eerste vers. Voordat de psalmdichter verhaalt over de ellende die er is, de ziekte die rondwaart, begint hij met “Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.” Geweldig, hoe deze mooie dichterlijke psalm inzet bij het belijden van het vertrouwen in de Allerhoogste en Almachtige. Ik zeg het maar zo: een goed begin is het héle werk. Hoe geweldig moet dit hebben geklonken, daar in Jeruzalem, in de tempel?
Maar tegelijk…: hoe hoopvol zal dit hebben geklonken in tijden van ballingschap bijvoorbeeld? Wanneer je vanwege ballingschap op een heel andere manier de nabijheid van de Heere moest belijden en ervaren? Zal deze psalm niet huilend zijn gezongen ook, onder het gemis van de tempel?

Het is een hele sprong in de tijd, maar ook voor ons mag het eerste vers van Psalm 91 actueel zijn. Wanneer we niet fysiek met elkaar in de kerk kunnen zijn -sommigen van u hebben daar door omstandigheden al langer ervaring mee-, geldt deze belijdenis ook. We missen het om elkaar te zien, en in die ontmoetingen lief en leed te delen. We missen het om samen God de lof toe te zingen. We missen doordeweekse contacten, en ga zo maar verder. Alsof er een soort ‘ban’ ligt op onze contacten: minstens 1,5m, maar liever geen onnodige bezoeken.
En dan kan het stil worden, in ons huis. Nou ja, stil…? Er kan verwarring zijn. Er zijn gezinnen die het moeilijk hebben, en voor een aantal is het best spannend. Er kunnen zorgen zijn voor anderen, die we tijdelijk niet kunnen bereiken of helpen. Uiterlijk lijkt het stilgevallen, allemaal. Maar het kan ons hart beroeren. Ja, er wordt ook gehuild, achter onze voordeuren. Om eigen verdriet of om dat van anderen.

En dan is daar het eerste vers van Psalm 91. Twee dingen. Ten eerste valt het op dat het gaat om schuilen in de nacht. De nachten, waarin het gevaarlijk kon zijn. Gevaren rondom de psalmschrijver, rondom Israël, rondom de gelovigen. Waar ben je dan veilig? Juist in de nacht, in tijden van gevaar, mag je schuilen bij de Heere. En om het vertrouwen te versterken worden de woorden Almachtige en Allerhoogste gebruikt. Wees niet bang. Ten tweede kan u zich wel voorstellen dat we niet met een Allerhoogste te maken hebben die ons maar af en toe wil beschermen. U proeft de oproep denk ik wel om ons hele leven maar bij Hem te schuilen. Niet alleen ‘wanneer het ons uitkomt’, maar stééds. Want, nu gaat het om corona, maar er is zomaar gevaar en verdriet dat ons leven bedreigt, hoe verschillend het ook kan zijn.
Daarom dus: in het donkere moment, ook in ons huis mogen we steeds terugvallen op de beschermende hand van de Heere.

Wilt u deze week daar zelf nog over doordenken? Dan geef ik u een mooie uitdaging mee.
Kijk bijvoorbeeld de Psalmen nog maar eens op na op het woord ‘schuilen’ of ‘schuilplaats’, en hoe de psalmdichters daarover getuigen. Dat is indrukwekkend.

En weet u, met Pasen in het vooruitzicht moet ik dan aan onze Heere Jezus denken. Hij die zei ‘Kom tot Mij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven’. Met die woorden in gedachten mogen we naar het kruis lopen, en ja, misschien wel met onze rug tegen het kruis leunen en zo beseffen dat de Heere nabij is. Schuilen, in de schaduw van het kruis, van Hem die daar is verhoogd. Jezus heeft alles volbracht, om ons te laten schuilen. Ook in ons eigen huis. Schuilen, ook in het huilen. Onze Heere Jezus, de Allerhoogste, de Almachtige is nabij. Daar mag je stil van worden, in deze Stille Week.

 

Meditatie nieuwsbrief zondag 29 maart 2020

‘Mijn tijden zijn in Uw hand’. Nu en voor eeuwig!

 

Broeder, zuster, geliefd gemeentelid,

Eerst een opmerking vooraf. In dezer dagen ontdekken we hoe belangrijk ook de Nieuwsbrief kan zijn. De meesten die de Nieuwsbrief digitaal ontvangen zijn vanwege leeftijd en/of lichamelijke gebreken of ziekte aan huis gebonden. Met de Nieuwsbrief ben je steeds weer even op de hoogte van wat speelt, ben je betrokken op de dank- en voorbedepunten, en kan je de zondagse erediensten meebeleven.
Ondertussen is nu zowat de héle gemeente aangewezen op het ‘op afstand meebeleven’. Bovendien zijn zowat alle fysieke activiteiten van ons gemeenteleven stilgevallen.
Nu vraagt u zich misschien af waar ik naar toe wil. Welnu, de achterkant van deze Nieuwsbrief willen we voorlopig inruimen voor een Meditatie. Het zou mooi zijn dat deze Meditatie, ook doordeweeks nog, een eigen bijdrage mag zijn aan ons gemeenteleven: dat we in alle omstandigheden en met elkaar worden vastgehouden rond Gods Woord. Een Woord dat af en toe schuurt, maar ook volop spreekt van Zijn nabijheid, Zijn trouw en Zijn liefde.

Vandaag volgt dan zo’n eerste Meditatie.
In mijn leesrooster voor vandaag staat onder meer een gedeelte uit Psalm 37. Deze psalm vind ik sowieso al indrukwekkend, maar in deze verwarrende tijd des te meer. Dat zit zo:
Afgelopen zondag zongen we uit Psalm 31, met de woorden ‘Mijn tijden zijn in Uw hand’. Dat mag rust geven, ook in deze tijd.
Wanneer ik dan nu in Psalm 37 lees, dan komt de tijd ook in beeld. Maar nu komt ook de eeuwigheid aan de orde. Want, dat cyclische waar ik het zondag over had (n.a.v. Prediker 3: 1-15), dat loopt wel ergens op uit. Ik raak ervan onder de indruk dat het de Heere echt niet uit de hand loopt. Niet in de cyclus van dít bestaan, maar ook niet ‘tot in der eeuwigheid’. Nooit dus. Wat is Psalm 37 daarin toch krachtig. En daarmee wordt voor mij Gods troost ook krachtiger: Zijn troost is niet zomaar een doekje voor het bloeden, een pleistertje op de wonde. Want in Hem ontmoeten we de echte Arts, die nooit loslaat wat Zijn hand ooit begon. Hij is een Arts die blijft: hij levert zorg en nazorg. Hij houdt Zijn kinderen vast, in barre tijden, ook in tijden van eenzaamheid en verwarring. En zoals ik al schreef: het loopt ook ergens op uit. De Psalm 37 is daarin ook wat profetisch, want die eeuwigheid strekt zich uit tot in een toekomst die we niet kunnen overzien. Tot in het Vaderhuis, waar geen tranen meer zijn, geen verwarring, geen ziekte. Maar tegelijk laat deze Psalm 37 ook zien, dat de Heere ook nú al de nabije is, in de moeilijkheden die daar geschetst worden, hoe benauwd het ook wordt. Alles wat er vandaag aan de hand is, ontgaat Hem niet. We mogen en moeten dat concreet aan Hem voorleggen. Bidden dus. Dankend ook, voor de beloften die Hij geeft.

Ook Psalm 37 hoort bij de juweeltjes van ons Psalmboek. Er is zowel aandacht voor de mens en diens kwetsbaarheid, lek en gebrek. Maar ook voor die machtige God, Die het niet uit de hand loopt. Nu niet, nooit niet.
Ik zou u maar willen uitnodigen: léés Psalm 37, proef vers voor vers hoe God is -nu en in eeuwigheid-. Maar merk ook op dat God er een bedoeling mee heeft. En dat mag zeker ook in deze tijd gezegd worden: Hij zoekt ons op, en wil een relatie met ons. Dat voelt voor ons misschien niet altijd makkelijk, want je ontdekt hier ook dat de Heere ons aanspreekt op ons gedrag, in doen en laten, in spreken en zwijgen. Mag deze tijd benut worden om daar nog eens bij stil te staan? Doe dat, en wees maar onder de indruk van de grote heilzame beloften waar deze Psalm vol van staat.